Airbus test de ‘soevereine wolk’ Europa: contract van meer dan 50 miljoen op het spel

Airbus staat op het punt om een aanbesteding uit te schrijven die al jaren op de wensenlijst staat van veel Europese technologisch spelers: het migreren van kritieke, vooral gevoelige workloads van centrale datacenters naar een “soeverein cloudplatform” binnen Europa. Dit initiatief wordt gezien als een belangrijke stap in de richting van digitale autonomie, maar brengt tegelijkertijd een opvallende openheid met zich mee van een grote speler als Airbus: zij weten niet zeker of er een Europese leverancier is die aan alle eisen kan voldoen.

Volgens Catherine Jestin, vicevoorzitter Digital bij Airbus, zal de aanbesteding begin januari worden uitgeschreven en hoopt men voor de zomer een beslissing te nemen. Het contract, met een maximale waarde van meer dan 50 miljoen euro en een looptijd tot tien jaar, moet stabiliteit en voorspelbaarheid in kosten bieden voor de lange termijn.

Wat Airbus precies wil migreren, gaat verder dan de gangbare opvattingen over cloudmigration. Het betreft niet slechts een set applicaties, maar de verplaatsing van kernsystemen zoals Enterprise Resource Planning (ERP), Manufacturing Execution Systems (MES), Customer Relationship Management (CRM) en Lifecycle Management (PLM), inclusief de ontwerpen van vliegtuigen zelf. De motivatie ligt niet alleen in technische optimalisaties, maar ook in de levenscyclus van software en de strategische positie in het digitale landschap. Airbus benadrukt dat, terwijl grote fabrikanten innovatie naar de cloud verschuiven, een on-premise aanpak het risico met zich meebrengt dat men vastkomt te zitten in verouderde softwareversies en ontoereikende updateprogramma’s.

Het migratieproces brengt ingrijpende veranderingen voor de IT-teams met zich mee, vooral in de kern van operationele systemen. Het herdenken van identiteiten, netwerken, segmentering, encryptie en bedrijfscontinuïteit wordt essentieel. Het gaat verder dan enkel “verhuizen”: het krijgen van grip op de volledige controle, inclusief authenticatie, audit-logboeken, netwerksegmentatie en back-upstrategieën, is cruciaal, zeker in een industriële omgeving waar uptime en prestaties ononderbroken moeten blijven.

Een centrale uitdaging is het politiek-juridische concept van “soevereiniteit”: gaan we echt voor volledige controle over de data en systemen binnen Europa, of volstaat het met fysiek datacenters in de EU? Ondanks dat data op Europese bodem kan staan, bestaat de afhankelijkheid van grote Amerikaanse cloudaanbieders uit datacenters en diensten, wat het risico inhoudt van afhankelijkheid van regelgeving zoals het CLOUD Act. Airbus kijkt naar de juridische en operationele implicaties: kan een Europese oplossing werkelijk “immune” zijn voor extraterritoriale wetgeving en geopolitieke risico’s? En welke garanties kunnen afgedwongen worden in contracten?

Tegelijkertijd werkt Europa aan het versterken van haar digitale soevereiniteit. Brussel bevordert initiatieven rond certificering van clouddiensten (zoals EUCS) en probeert de afhankelijkheid van niet-Europese spelers te beperken. Toch is er ook kritiek uit de industrie dat sommige regelgevingen de markt niet wezenlijk veranderen, vooral als grote globale spelers hun controle blijven behouden via lokale filialen en complexe structuren.

Voor organisaties als Airbus betekent dit dat “soeverein” niet slechts een marketingterm is, maar een reeks verifieerbare voorwaarden moet omvatten. Denk hierbij aan beheer van encryptiesleutels in controleerbare Hardware Security Modules (HSM), strikte toegangscontroles, netwerkisolatie, zero-trust principes, robuuste disaster recovery plannen en strategische exit-plannen. Allemaal vereisten die extra complexiteit met zich meebrengen omdat de systemen in een high-stakes, real-time productieomgeving opereren, waar vertragingen en verstoringen kostbare bottlenecks betekenen.

Sommigen stellen dat het streven naar “echte” soevereiniteit dan ook niet betekent terugkeren naar de periode van puur on-premise infrastructuur, maar dat het combineren van hybride oplossingen – met een sterke focus op EU-gecontroleerde cloud en bare-metal – de meest pragmatische weg is. Dergelijke architecturen bieden de flexibiliteit om kritische workloads binnen Europa te houden, terwijl minder gevoelige data en applicaties via gebruiksvriendelijke en schaalbare cloudplatformen blijven lopen.

Het succes van Airbus in deze aanbesteding kan een precedent scheppen voor de integrale aanpak van digitale autonomie in Europa. Het stelt de vraag of de Europese industrie niet alleen wil spreken over “soevereiniteit”, maar deze ook actief wil waarmaken door gerichte investeringen en de ontwikkeling van een robuust, betrouwbaar ecosysteem van Europese cloudproviders en integrale controle.

In bredere zin zou een succesvolle migratie voor Airbus andere sectoren kunnen inspireren: defensie, gezondheidszorg, financiële dienstverlening en de publieke sector. Allen hebben behoefte aan veilige, controleerbare digitale infrastructuren die niet afhankelijk zijn van extraterritoriale jurisdicties en geopolitieke risico’s.

Kortom, de komende maanden zullen cruciaal zijn. Airbus heeft de financiële middelen en de politieke wil getoond; nu is het aan het Europese ecosysteem om te bewijzen dat “soeverein” geen lege belofte is, maar een haalbare realiteit.

Scroll naar boven