Clawdbot / Moltbot: de “superkrachtige assistent” die tegen jouw veiligheid kan keren

De afgelopen maanden wint een idee aan populariteit dat tot voor kort nog als sciencefiction leek: een kunstmatige intelligentie-assistent die niet alleen vragen beantwoordt, maar echte kanalen bevraagt — zoals messaging, werktools, integraties met Slack/Discord en meer — en fungeert als een orkestratielaag voor het uitvoeren van taken. In dit veld beweegt Moltbot (met de naam Clawdbot nog erg aanwezig in routes, voorbeelden en het “branding” van vroeger), een project dat taalmodellen combineert met een “gateway” en een controlepaneel om een LLM om te zetten in iets dat op een digitale operator lijkt.

De belofte is krachtig: operationeel geheugen, automatisering, sessies, tools (skills), geplande taken (cron) en een webconsole om in real-time te zien wat de bot doet, welke integraties actief zijn en welke permissies zijn ingeschakeld. In de praktijk biedt Moltbot een Gateway met een web- en WebSocket-interface (standaard op poort 18789) waarmee kanalen, configuraties en acties van de agent worden beheerd.

Het probleem is dat die sprong —van “chat” naar “agent met handen”— de cyberveiligheid van de gebruiker serieus beïnvloedt. Het gaat niet meer alleen om fouten van het model, maar ook om wat er gebeurt wanneer het model kwaadwillige instructies ontvangt via een kanaal dat het zelf als “geldige invoer” beschouwt, en dat bovendien voldoende permissies heeft om acties uit te voeren.

Van chatbot naar agent: waarom verandert het risico

Een traditionele chatbot opereert, zo je wilt, binnen een “kooi”: hij reageert met tekst. Een agent zoals Moltbot probeert verder te gaan door:

  • Messaging-kanalen (het panel noemt WhatsApp/Telegram/Discord/Slack en plugins voor andere kanalen).
  • Sessiebeheer, gedragscontrole, geplande taken en installeerbare “skills”.
  • Configuratie-aanpassingen binnen het systeem zelf (de documentatie noemt paden zoals ~/.clawdbot/moltbot.json, wat doet denken aan de voortzetting van Clawdbot).
  • Gecontroleerde uitvoeringsmechanismen (bijvoorbeeld “exec approvals” en allowlists voor uitvoering via gateway of knooppunt).
  • Omgevingsvariabelen en shell-commando’s: voorbeelden tonen opties voor shell-omgeving (shellEnv) en API-sleutels/configuratie.

Deze architectuur is handig — en voor technisch onderlegde personen verleidelijk — maar brengt een ongemakkelijke realiteit met zich mee: elke integratie vergroot het aanvaloppervlak en elke permissie verhoogt de potentiële impact van een fout, verkeerde configuratie of misbruik.

De ondergeschoven trekker: prompt-injectie

Bij “agentgerichte” tools is het grootste risico niet slechts traditioneel phishing, maar een aangepaste vorm: prompt-injectie. Dat wil zeggen, instructies inbrengen binnen inhoud die het model verwerkt (zoals een bericht, tekst of document), zodat het model “gehoorzaamt” aan iets dat niet de bedoeling is.

Wanneer de agent de capaciteit heeft om te handelen — bijvoorbeeld door informatie op te vragen, tools uit te voeren, configuraties aan te passen of integraties te activeren — wordt prompt-injectie geen creatieve anekdote meer, maar een mogelijk incident: van datadiefstal tot ongewilde acties. Veiligheidsonderzoekers waarschuwen dat dergelijke assistenten, wanneer ze onzorgvuldig worden ingezet of te brede permissies hebben, bijzonder kwetsbaar zijn voor misbruik en blootstelling.

De kern ligt in de koppeling van: Onbetrouwbare invoer (kanalen/messaging) + geïntegreerde context + tools met permissies.

De andere grote zwakte: console-expositie en authenticatie

In Moltbot wordt de “Control UI” bediend via de Gateway en verbonden met WebSocket. De documentatie benadrukt dat bij onboarding standaard een token wordt gegenereerd en dat authenticatie via de WebSocket-handshake wordt afgehandeld, met aanbevolen methoden zoals remote toegang via Tailscale Serve met HTTPS.

Daarnaast wordt een cruciaal punt duidelijk gemaakt: standaard wordt geadviseerd om de Gateway in “loopback” modus te laten draaien en, indien externe toegang nodig is, dit te doen via een beveiligde proxy (zoals Tailscale Serve) of door te binden aan een “tailnet” met een sterk token.

In de praktijk openen mensen echter poorten, publiceren diensten op LAN/WAN en hergebruiken zwakke tokens. Daardoor ontstaat het praktische risico: een controlepaneel met operationele capaciteit, blootgesteld op plekken waar dat niet zou moeten, kan een instapkunt worden.

Snelle samenvatting: typische bedreigingen en manieren om impact te beperken

RisicoWat veroorzaakt hetWat kan er gebeurenPraktische mitigatie
Prompt-injectieInhoud die het agent verwerkt als instructiesOngewenste acties, gegevenslek, misbruik van integratiesContext scheiden, strikte toolregels, “deny by default”, menselijke review bij kritieke acties
Overmatige permissiesIntegraties activeren “gewoon” of uitvoering toestaan zonder controleData-exfiltratie, configuratiewijzigingen, laterale bewegingenMinimale privileges, gescheiden accounts, allowlists en goedkeuringsprocessen (“exec approvals”)
Expositie van Gateway/UIPoort 18789 blootstellen of remote toegang zonder goede praktijkenOvername controle paneel, manipulatie sessies of kanalenLoopback standaard, HTTPS via Tailscale Serve, sterk token, geen “insecure HTTP”
WachtwoordbeheerAPI-sleutels en OAuth niet goed beschermdToken-diefstal, frauduleus gebruik van APIsVeilige opslag, regelmatige verversing, beperken scopes, gevoelige informatie loggen (redactSensitive)
Automatisering en cronHerhalende taken zonder monitoringAanhoudende fouten of herhaald misbruikAuditing, logs, waarschuwingen, periodieke reviews, uitschakelen van onnodige taken

“Krachtig, ja; maar behandel het als kritieke infrastructuur”

In een professionele context — en vooral in bedrijfsomgevingen — is het verstandig om zo’n bot te behandelen alsof het een server is met toegang tot interne tools: segmentatie, toegangscontrole, registraties en audits.

Een belangrijke les is dat een agent die verbonden is met messaging en werktools, feitelijk fungeert als een nieuw “gebruiker” binnen het systeem: met inloggegevens, permissies en communicatiekanalen. Zonder barrières wordt de bot niet alleen taken geautomatiseerd, maar ook de fouten.

Beste praktijken voor wie het toch wil gebruiken

  • Publiceer de Gateway niet op het internet. Gebruik standaard loopback of, indien remote nodig, een beveiligde aanpak zoals Tailscale Serve met HTTPS.
  • Gebruik sterke tokens en roteer regelmatig. Vermijd het gebruik van zwakke “uitzonderingen” die de veiligheid ondermijnen (de documentatie waarschuwt voor onveilige modi).
  • Begin met minimale privileges: houd de bot “bijna blind” en voeg permissies toe zodra de impact bekend is.
  • Isolatie van de runtime (bijvoorbeeld via container of VM), met een streng afgekaderde netwerkomgeving zonder toegang tot onnodige bronnen.
  • Auditing en logging: essentieel voor onderzoek naar acties, en om misbruik of fouten tijdig te detecteren.

Uiteindelijk toont Moltbot/Clawdbot de overgang aan die de branche doormaakt: van “met de AI spreken” naar “taken delegeren aan de AI”. Zonder goede controles maakt dat automatisering een riskante onderneming.


Veelgestelde vragen

Wat onderscheidt Moltbot/Clawdbot van een gewone chatbot?
Het is ontworpen om als agent te opereren: het integreert kanalen zoals WhatsApp/Telegram/Slack/Discord, beheert sessies, plannings-tools en wordt vanaf een Gateway met controlpanel beheerd.

Vermindert een lokale modelimplementatie het veiligheidsrisico?
Het vermindert de blootstelling aan derden, maar niet de kernproblematiek: kwaadaardige invoer (prompt-injectie) en onbedoelde permissies blijven bestaan als het agenten systeem kan handelen op systemen of integraties.

Wat is de meest frequente fout bij het uitrollen van zo’n assistent?
Het toekennen van te brede permissies om te testen, en tegelijk openstaan voor externe toegang zonder een veilige aanpak (sterke tokens, HTTPS, gesloten netwerken). De documentatie benadrukt dat een combinatie van loopback en een proxy met goede beveiliging de standaard moet zijn.

Welke minimale maatregelen moeten bedrijven nemen?
Gescheiden accounts, minimale privileges, netwerkscheiding, actie-registratie en audits, en een goedkeuringsproces (allowlists) voor kritieke acties.

Scroll naar boven