De EU draait het roer om in telecommunicatie: Brussel bereidt de weg voor ‘Europese kampioenen’

Jarenlang heeft het beleid binnen de Europese gemeenschap op het gebied van telecommunicatie een duidelijke leidraad gehad: meer concurrentie, meer operators en vooral minder ruimte voor grote fusies die de tarieven voor de consument zouden kunnen verhogen. Die benadering, die fungeerde als een rem op consolidatie-operaties, begint nu te veranderen. De Europese Commissie spreekt steeds meer over schaal, investeringscapaciteit en technologische autonomie in netwerken — precies op het moment dat de uitrol van glasvezel, 5G en de overgang naar 6G botsen met een Europese markt die nog steeds, in de praktijk, een mozaïek is van regelgeving en licenties van land tot land.

Deze verandering komt niet met een slogan, maar wel met een wetgevingsinstrument met ambitie voor herziening: de Digital Networks Act (DNA). Deze werd gepresenteerd door de Commissie als een kader om de normen in de sector te moderniseren en te harmoniseren, en om grensoverschrijdende operaties te vergemakkelijken die nu nog complex blijven, zelfs voor grote groepen. De logica achter deze wijziging is eenvoudig te begrijpen: zonder schaalgrootte en voorspelbaarheid in regelgeving wordt het moeilijker om miljarden te investeren in geavanceerde netwerken. De EU vreest achter te blijven in het komende decennium van connectiviteit, edge computing, cloud en diensten die intensief gebruikmaken van Kunstmatige Intelligentie.

Van “gefragmenteerde markt” naar “enkele vergunning” om te opereren

De analyse van Brussel begint bij een punt dat al geruime tijd door de sector wordt herhaald: de Europese markt blijft gefragmentiseerd, met barrières die het voor een operator moeilijk maken om “schaal te vergroten” in meerdere lidstaten. De Commissie stelt dat deze situatie de investerings- en concurrentiekansen vermindert ten opzichte van wereldwijde spelers. De DNA beoogt precies het versterken van de interne markt voor connectiviteit met een meer geharmoniseerde en minder bureaucratische aanpak. Een van haar maatregelen is de mogelijkheid van een “Single Passport”-systeem dat het plaatsen van netwerken en het aanbieden van diensten over grenzen heen faciliteert.

In de praktijk betekent dit soort “paspoort” niet automatisch dat fusies worden goedgekeurd, maar het verlaagt de fricties om een groep meer uniform binnen meerdere landen te kunnen laten opereren. Dit is vaak een noodzakelijke voorwaarde voor echt paneuropese consolidaties. Als Europa wil dat operators over een vergelijkbaar “spiervermogen” beschikken als andere blokken, is de eerste stap dat de regelgeving stopt elk land als een geïsoleerd universum te behandelen.

Spectrum, 5G/6G en satellieten: meer voorspelbaarheid voor investeringen

Een ander belangrijk punt is de radiofrequentie, de onzichtbare brandstof van de mobiele connectiviteit. De DNA wil veranderingen doorvoeren die de voorspelbaarheid voor operators verhogen, waaronder langere licenties en, gelijktijdig, een aanpak die grensoverschrijdende operaties op het gebied van satellieten vergemakkelijkt (met een autorisatie op EU-niveau voor satelietdiensten). Dit is relevant om twee redenen.

De eerste is economisch: als een operator meer jaren vooruit kan plannen, wordt het terugverdienen van de uitrol van next-generation netwerken minder onzeker. De tweede is strategisch: satelliet, geavanceerd 5G en 6G worden niet langer als losse “lagen” gezien, maar als onderdelen van een hybride connectiviteitsnetwerk dat cruciaal zal zijn voor industrie, noodgevallen, defensie, vervoer en publieke diensten.

Van koper naar glasvezel: de overgang versnellen zonder de markt te verstoren

De Commissie richt zich ook op een overgang die, hoewel minder zichtbaar, de digitale competitiviteit beïnvloedt: de verschuiving van verouderde kopernetwerken naar glasvezel. De DNA stelt voor om die verandering te “versnellen” met een meer flexibele en voorspelbare toegangswetgeving. Eenvoudiger gezegd: de EU wil dat de markt stopt vast te lopen in regelingen die ontworpen zijn voor een andere tijd, toen vaste netwerken het middelpunt waren.

Dit heeft directe implicaties voor de digitale economie: glasvezel is de basis waarop edge computing, gedistribueerde cloud, telezorg, verbonden industrie en AI-diensten gebouwd worden. Zonder glasvezel wordt de rest slechts beloofd of blijven oplossingen halfwerk.

Technologische soevereiniteit: veerkracht, afhankelijkheid en paraatheid bij crises

Het Europees debat verschuift niet meer alleen over prijzen en concurrentie. Het argument van veerkracht krijgt steeds meer gewicht: robuuste netwerken, continuïteit van cruciale diensten, snelle reactie bij incidenten en het verminderen van afhankelijkheid. De DNA bevat de ideeën voor een Preparedness Plan voor digitale infrastructuren en maatregelen om afhankelijkheden te beperken of te vermijden, en risico’s zoals buitenlandse interferentie of crises die netwerken en signalen kunnen bedreigen te mitigeren.

Hier komen twee debatten samen: enerzijds de geopolitiek van technologie; anderzijds de praktische realiteit van het onderhouden van infrastructuren die voor een land zo kritisch zijn als een snelweg of elektriciteitsnet. De EU beschouwt “het netwerk” als een strategische infrastructuur, met een nieuw perspectief dat de prioriteiten verlegt.

De onvermijdelijke spanning: meer schaal ten koste van minder concurrentie?

De Europese koers brengt onvermijdelijk een ongemakkelijke discussie met zich mee. Als consolidatie wordt vergemakkelijkt, zou het marktlandschap kunnen evolueren naar minder operators, maar grotere. Dit kan leiden tot hogere investeringscapaciteit en snellere uitrol. Maar brengt ook risico’s met zich mee: minder concurrentiedruk en daardoor mogelijk hogere prijzen of minder dynamiek in de markt.

Brussel probeert de balans te bewaren: regelgeving te moderniseren zodat er wordt geïnvesteerd en schaal wordt bereikt, zonder de bescherming van de consument uit het oog te verliezen. Het is echter bijzonder moeilijk om in telecommunicatie dat evenwicht te vinden. Fusies worden niet slechts op tarieven beoordeeld, maar ook op dekking, investering, kwaliteit van dienstverlening, innovatie en veerkracht. Europa begint prioriteit te geven aan de “capaciteit om als blok te concurreren”, boven het “micro-evenwicht” van elk nationale markt.

De grote digitale giganten in het middelpunt… maar niet met een blanco cheque

Naast deze discussies blijft er een controversieel onderwerp bestaan: moeten grote digitale platforms bijdragen aan de kosten van de netwerken? De afgelopen jaren heeft dit debat — soms onder de naam “fair share” — af en toe de politieke aandacht getrokken. In het kader van de DNA probeert de Commissie vooruitgang te boeken zonder die discussie het centrale thema te maken: de kernboodschap is dat Europa het probleem niet oplost door enkel “een bijdrage te vragen aan anderen”, maar door het mogelijk maken van investeren en opereren op schaal in de gemeenschappelijke markt.

Een nuance die niet genegeerd mag worden: soevereiniteit is niet alleen “juridisch”, maar ook “eigendom”

In de publieke discussie worden “soevereine cloud” en “digitale soevereiniteit” vaak als synoniemen gebruikt voor naleving, datalocatie of juridische controle. Maar er is een andere, hardere interpretatie: soevereiniteit wordt ook bepaald door wie de infrastructuur en de waardeketen controleert. In Spanje bijvoorbeeld zijn er nationale actoren met echte capaciteit op het gebied van connectiviteit en infrastructuur (zoals Telefónica, Grupo Aire, Stackscale, DinaHosting). De uitdaging is dat het institutionele ontwerp niet moet verwarren “opereren in Europa” met “europees zijn” in termen van controle over bedrijf en strategische beslissingen.

Met de DNA lijkt de EU te zeggen: “We hebben kampioenen nodig”. De vraag die nog blijft hangen is: europese kampioenen met een Europese industriële achtergrond, of ‘geuropeiseerde’ kampioenen door regelgeving en lokale aanwezigheid? Het antwoord zal bepalen of deze koers een krachtige motor voor concurrentievermogen wordt… of slechts een narratiefwijziging met beperkte resultaten.


Veelgestelde vragen

Wat is de Digital Networks Act en waarom is die belangrijk voor de Europese telecommunicatie?
Het is het voorstel van de Europese Commissie om de regels in de sector te moderniseren en te harmoniseren, met als doel investeren in glasvezel, 5G en 6G mogelijk te maken en obstakels voor grensoverschrijdende operaties binnen de interne markt te verminderen.

Zal de EU meer fusies tussen operators uit verschillende landen toestaan?
De DNA “keurt” fusies niet automatisch goed, maar biedt wel mechanismen (zoals een mogelijk “single authorization passport”) die het opereren op Europese schaal meer haalbaar maken. Dit vormt vaak een belangrijke voorloper van consolidatie.

Hoe kan dit de gebruikers beïnvloeden: betere netwerken of hogere tarieven?
Het hangt af van de wijze waarop het wordt toegepast en van de beoordeling van toekomstige fusies. Meer schaal vergroten de investering en de kwaliteit, maar minder concurrentie kan de druk op prijzen verminderen als hier geen aanvullende regulatoire maatregelen tegenover staan.

Hoe beïnvloedt deze koers de digitale soevereiniteit en de cloud in Europa?
Netwerken vormen de basis voor cloud, edge computing en AI. De EU wil de veerkracht versterken en afhankelijkheden verminderen, maar echte soevereiniteit hangt ook af van wie de infrastructuur en strategische beslissingen controleert, niet alleen van waar gegevens worden opgeslagen.

vía: elchapuzasinformatico

Scroll naar boven