Europa heeft technologische regelgeving uitgegroeid tot een van haar belangrijkste kenmerkingen, maar het wordt steeds moeilijker om te stellen dat dat voldoende is om te concurreren met de Verenigde Staten en China in de AI-oorlog. Dit is de onderliggende discussie die zich opnieuw opent na een nieuwe golf van kritiek op het Europese model: veel regelgeving, veel toezicht en nog weinig eigen kracht op het gebied van chips, cloud, fundamentele modellen en computinfrastructuur.
De kwestie is niet onbelangrijk. De EU heeft inderdaad invloed kunnen uitoefenen door middel van de AI Act, die op 1 augustus 2024 in werking trad en vanaf 2 augustus 2026, met enkele uitzonderingen, volledig van kracht zal zijn. Brussel heeft een kader ontwikkeld dat het inzetten van AI wil reguleren volgens risiconiveaus, met specifieke regels voor verboden praktijken, algemene modellen en hoog-risico systemen. Het probleem is dat reguleren niet automatisch betekent dat je leidt, vooral wanneer een groot deel van de kritieke infrastructuur nog steeds van buiten de EU komt.
In de technologiesector wordt die spanning steeds duidelijker: Europa heeft geleerd te bemiddelen, maar heeft nog niet bewezen dat het hetzelfde tempo kan bijbenen als haar rivalen. En in AI, waar schaal net zo belangrijk is als regelgeving, weegt dat verschil zwaarder dan Brussel zou willen toegeven.
De AI Act geeft regeldimensi, maar lost de afhankelijkheid niet op
De AI Act is waarschijnlijk de grootste regelgeving die de EU in dit veld heeft doorgevoerd. Het stelt transparantieverplichtingen, regels voor algemene modellen en verboden toepassingen vast. Juridisch en politiek gezien is het een belangrijke stap. Op industrieel vlak corrigeren deze regelgeving echter niet de afhankelijkheid van Europa van buitenlandse leveranciers in kritieke delen van de waardeketen.
Dat is het meest ongemakkelijke punt in het debat. Grote cloudplatforms, leidende modellen, een groot deel van de basissoftware en een aanzienlijke hoeveelheid hardware die geavanceerde AI ondersteunt, blijven onder Amerikaanse controle of, in diverse industriesegmenten, sterk verbonden met Azië. Europa kan voorwaarden stellen voor toegang tot haar markt, naleving eisen en standaarden vaststellen. Maar dat betekent niet dat ze de strategische activa bezit waarop de komende decade van technologische ontwikkeling zal rusten.
Mario Draghi vatte het wat formeler samen in zijn rapport over Europese concurrentiekracht. Daarin staat dat het Europese aandeel in mondiale technologische inkomsten is afgenomen van 22 % tot 18 % tussen 2013 en 2023, terwijl de VS zijn aandeel zag stijgen van 30 % naar 38 %. Daarnaast behoren slechts vier van de 50 grootste technologische bedrijven ter wereld tot Europa. Die cijfers spreken niet van een definitieve nederlaag, maar wel van een duidelijke relatieve verlies van invloed in de sectoren die de volgende groeifase zullen bepalen.
Brussel probeert de koers bij te stellen met investeringen en infrastructuur
Het is echter oneerlijk om de EU enkel te presenteren als een regelgever. In de afgelopen twee jaar heeft de Commissie geprobeerd haar industriële kant te versterken. In februari van 2025 lanceerde Ursula von der Leyen InvestAI, een initiatief om 200 miljard euro te mobiliseren voor investeringen in AI, inclusief 20 miljard voor AI-giga-factories. De boodschap was helder: Europa heeft rekenkracht, kapitaal en schaal nodig om niet langer slechts een gereguleerde markt te zijn, maar ook een belangrijke producent te worden.
Daaraan wordt bijgedragen door de AI Factories, die binnen het kader van EuroHPC worden opgezet. De Commissie meldt dat Europa nu beschikt over 19 AI Factories die opereren op haar supercomputers en over 13 AI Factory Antennas om regionale toegang tot die capaciteit uit te breiden. Daarnaast voorziet het EU-plan in nieuwe gigafactories gericht op training en inzet van geavanceerde modellen. Op papier een belangrijke stap om een deel van de infrastructuurkloof met de VS en China te verkleinen.
Ook op het gebied van halfgeleiders maakt Europa vorderingen. Met het European Chips Act wil de EU een deel van de chip-ecosystemen herindustrialiseren en kwetsbaarheden verminderen. Het is geen directe oplossing voor de AI-race, maar wel een onmisbare bouwsteen als Brussel wil dat haar technologische autonomie niet langer een slogan is, maar uitgroeit tot een coherente industrieel beleid.
Het echte probleem is niet slechts regulatoir, maar strategisch
Wat momenteel vooral opvalt in Europa, is dat de kritiek niet meer alleen gaat over te veel regelgeving. Het onderliggende verwijt is dat Brussel te lang de verwarring heeft gevoed tussen regelgeving en strategie. Normen stellen kan wel invloed geven, maar maakt je geen technologische grootmacht als je niet ook de infrastructuur, het kapitaal, het talent en de uitvoeringscapaciteit onder controle hebt. Daar spelen de VS en China een andere wedstrijd. De ene beheerst cloud, software en een groot deel van het mondiale durfkapitaal. De ander zet in op industrial policy, productie en interne schaalvergroting. Europa probeert nu te versnellen in een transitie die ze eerder had moeten starten.
Dat betekent niet dat Europa buiten de boardroom staat. Ze heeft markten, geavanceerde industrie, onderzoekscentra, belangrijke fabrikanten en de capaciteit om wereldwijd standaarden te beïnvloeden. Maar de Europese voordelen kunnen niet langer vooral gebaseerd zijn op het concept van een “betrouwbare AI” of de ethische superioriteit van haar regulering. Zonder voldoende eigen infrastructuur en marktspelers die op het niveau van de rivalen kunnen schalen, dreigt die gedachtegang in Brussel wel charmant te klinken, maar tekort te schieten op de markt.
De kernvraag voor de komende jaren wordt minder ideologisch dan het lijkt: of de EU haar regulatoire visie kan vertalen in een eigen industriële en technologische basis, of afhankelijk blijft van degenen die wél besluiten te concurreren in de volledige waardeketen. De AI Act geeft Europa een stem. InvestAI en de AI Factories proberen haar spieren te geven. Wat nog niet duidelijk is, is of ze op tijd zal zijn.
Veelgestelde vragen
Wat is precies de Europese AI Act en wanneer is deze volledig van kracht?
Het is de Europese wet die AI reguleert volgens risiconiveaus. Ze ging in werking op 1 augustus 2024 en wordt, met enkele uitzonderingen en deadlines, vanaf 2 augustus 2026 volledig toegepast.
Reguleert de EU alleen, of investeert ze ook in AI?
Naast regelgeving heeft de Commissie InvestAI gelanceerd, bedoeld om 200 miljard euro te mobiliseren, en ze bouwt een netwerk uit met 19 AI Factories en 13 AI Factory Antennas om rekencapaciteit en infrastructuur uit te breiden.
Waarom wordt gezegd dat Europa afhankelijk is van de VS op technologisch terrein?
Omdat een groot deel van de cloud, geavanceerde modellen, basisoftware en belangrijke schakels in de digitale waardeketen nog steeds gedomineerd wordt door Amerikaanse bedrijven, terwijl Europa minder wereldwijde grootmachten in deze segmenten heeft.
Kan Europa nog concurreren met de VS en China in AI?
Ja, maar het moet sneller investeren in infrastructuur, talent en schaal. De rapporten en plannen van de Commissie erkennen dat regulering alleen niet volstaat zonder gelijktijdige versterking van de industriële en technologische capaciteit.
vía: Portal Financiero
