Tijdens jarenlange analyses hebben financiële evaluaties van grote technologiegiganten geprobeerd hun succes te verklaren via bekende kengetallen: omzetgroei, brutomarge, marktaandeel, quoteringen, recurrency, commerciële efficiëntie of internationale expansiecapaciteit. Al deze aspecten zijn belangrijk. Maar het nieuwe essay van David George, hoofd van growth investing bij Andreessen Horowitz, presenteert een minder comfortabele gedachte voor de traditionele belegger: bij uitzonderlijke techbedrijven is de onderscheidende waarde niet enkel terug te voeren op het bedrijf zelf. Het fundament is de oprichter.
De stelling van George, gepubliceerd door a16z onder de titel „Late Stage Venture Is About Late Stage Founders”, beweert dat het growth-stage venture een eigen activaklasse is geworden, maar dat velen deze verkeerd interpreteren. Het gaat niet alleen om grotere rondes, bedrijfsbanken die langer beursgaan of steeds hogere private waarderingen. De kern zit in een zeer specifiek type oprichter dat in staat is om kapitaal aantrekkelijk te blijven toewijzen over een veel langere periode dan het marktverhaal vaak suggereert.
De grafiek die de discussie vergezelt is veelzeggend. De concentratie van de S&P 500 in haar tien grootste bedrijven is drastisch veranderd: van 251 miljard dollar in 1985 tot 19,4 biljoen in 2025, volgens gegevens van Bloomberg, S&P en J.P. Morgan Asset Management. IBM, Exxon, GE en AT&T waren symbolen van een ander tijdperk. Vandaag de dag ligt de machtspositie bij Apple, Nvidia, Microsoft, Amazon, Alphabet, Meta, Tesla en Broadcom, met J.P. Morgan en Berkshire Hathaway als opvallende niet-technologische uitzonderingen.
De theorie: alpha ligt in de beslissing van de oprichter
Het centrale uitgangspunt van het essay is dat technologie op schaal rendement biedt, maar dat dit niet vanzelf wordt gevangen. Er is iemand nodig die kan beslissen wanneer de sector de beste praktijken volgt, en wanneer het juist anders moet. George noemt beslissingen zoals Databricks’ lakehouse-model, de aanschaf van Instagram door Facebook of de voortdurende uitbreiding van Stripe als voorbeelden van keuzes die vanuit conventionele blik moeilijk te rechtvaardigen zijn.
Het gaat niet om de veronderstelling dat alle oprichters altijd gelijk hebben puur omdat ze oprichter zijn. Dat zou een gevaarlijke simplificatie zijn. De stelling is smaller: enkele uitzonderlijke oprichters beschikken over een observatiepositie die geen enkele externe analist, onafhankelijke adviseur of ingehuurd leidinggevend lid volledig kan evenaren. Zij zien eerder bepaalde veranderingen, interpreteren zwakke signalen van producten, klanten of technologie beter, en kunnen geld toewijzen met een overtuiging die het algemeen consensus vaak mist.
| Traditionele interpretatie | a16z-interpretatie |
|---|---|
| Het bedrijf is het activum | De uitzonderlijke oprichter is een kernactivum |
| Groei moet genormaliseerd worden | Sommige oprichters vergroten hun markt jarenlang |
| Een beursgang brengt discipline | De publieke markt kan leiden tot consensusgedreven beslissingen |
| Een professionele CEO verlaagt risico | Het vervangen van de oprichter kan alfa vernietigen |
| De eindwaarde moet redelijk inschatbaar zijn | Het plafond kan lange tijd verkeerd worden ingeschat |
Deze visie verklaart waarom veel technologiestart-ups langer privé blijven. Het is niet altijd angst voor transparantie of kwartaalresultaten. Soms is het ook een manier om niet-conventionele beslissingen te beschermen. De publieke markt verlangt voortdurende toelichtingen. Analisten eisen voorspelbaarheid. Aandeelhouders dringen aan op “redelijke” kapitaalallocatie. Het uitzonderlijke oprichterschap vereist soms dat er beslissingen worden genomen die op dat moment onlogisch lijken.
De valkuil van het onderschatten van samengestelde groei
George wijst op een veelvoorkomend vooroordeel, zelfs onder ervaren beleggers: het is moeilijk voor te stellen dat een bedrijf gedurende lange perioden op zeer hoge snelheden kan blijven groeien. Het instinct is vaak om de normalisatie te willen doorvoeren. Het model vereist een geloofwaardig eindwaarde- of terminal value. Het menselijke brein vraagt om voorzichtigheid en matiging.
Het probleem is dat sommige technologiewerken die verwachtingen keer op keer doorbreken. Apple is het meest opvallende voorbeeld. Maar ook Visa, Microsoft, Amazon en Nvidia hebben dat bewezen. Geen enkel conservatief model kon met gemak voorspellen dat deze bedrijven jarenlang pionier zouden blijven in groei, marges, herinvesteringen en marktdominantie.
| Bedrijf | Wat de markt vaak onderwaardeerde |
|---|---|
| Apple | Uitbreiding van hardware, diensten en ecosysteem |
| Amazon | Inhouse infrastructuur als AWS |
| Microsoft | Cloud-revolutie en AI-innovatie |
| Nvidia | Van GPU-graphics naar AI-infrastructuur |
| Meta | Advertentieplatform en overname van Instagram |
| Tesla | Innovatie in software, energie en technologische storytelling |
| Stripe | Uitbreiding van het betaalmarktaandeel online |
| Databricks | Nieuwe data-architectuur en enterprise AI |
De huidige concentratie van het S&P 500 binnen grote techbedrijven benadrukt dit punt. De toonaangevende bedrijven zijn niet louter sterk in producten. Ze zijn platformen die herinvesteren, markten uitbreiden en meerdere technologische golven weten te benutten. Vaak lag die strategische continuïteit aan de basis van de grote controle en invloed van oprichters of leiders.
De ongemakkelijke waarheid: niet alle oprichters zijn Steve Jobs, Jensen Huang of Zuckerberg
De a16z-these is krachtig, maar moet zorgvuldig gehanteerd worden. De oprichter als activum kan enkele van de grootste successen in de technologiegeschiedenis verklaren. Maar het kan ook leiden tot excessieve waarderingen, ondoorzichtigheidsstructuren en tolerantie voor slechte beslissingen voor langere tijd.
Voor elke oprichter die twee decennia markt kan uitbreiden, staan velen die kapitaal vernietigen, zich verliezen in hun eigen verhaal of een organisatie niet langer professioneel kunnen beheren. De markt herinnert zich vaak alleen de winnaars en vergeet de overlevenden door selectie- en survivaleffecten. Vooral in venture capital is dat gevaarlijk: enkele investeringen kunnen het grootste deel van het rendement bepalen.
| Voordeel van de oprichter | Risico |
|---|---|
| Unieke productvisie | Overmoed | Snelle besluitvorming | Gebrek aan checks and balances | Diep klantinzicht | Vertrouwen op intuïtie | Lange termijn ambitie | Negeren van financiële discipline | Talenten aantrekken | Te persoonlijke bedrijfscultuur | Strategisch controle | Create governance issues | Weerstand tegen consensus | Ontkenning van negatieve signalen |
De relevante vraag voor beleggers is niet of de oprichter moet blijven, maar wel wat voor soort oprichter er voor hen staat. Er is een groot verschil tussen het beschermen van een uitzonderlijke visie en het blindelings verdedigen van slecht management. Het activum “oprichter” werkt enkel wanneer er daadwerkelijk capaciteit is om kapitaal toe te wijzen, snel te leren, zich aan te passen en uit te voeren.
Waarom deze stelling past bij het tijdperk van AI
Het argument wint aan kracht in de context van kunstmatige intelligentie. AI vergroot de reeks kansen voor techbedrijven: automatisering, nieuwe interfaces, datainfrastructuur, robotica, biotechnologie, defensie, onderwijs, gezondheidszorg en financiële diensten. Technologie evolueert zo snel dat consensus vaak te laat komt.
Een oprichter die kansen herkent voordat de markt dat doet, kan een enorme voorsprong realiseren. AI verbetert niet alleen bestaande producten, maar stelt bedrijven ook in staat kosten te herzien, nieuwe markten te openen en innovatieve bedrijfsmodellen te ontwikkelen. Bedrijven die als eerste door die revolutie gaan, kunnen markten betreden die nog als te klein of te onrijp worden beschouwd door anderen.
Tegelijkertijd wordt het steeds moeilijker om visie en narratief te onderscheiden. Sommige oprichters zullen AI-producten echt transformeren, terwijl anderen slechts de buitenkant aanpassen. Growth capital zal zoeken naar de eerste groep, maar zal onvermijdelijk ook de tweede groep financieren.
De les voor Europa en Spanje
In Europa wordt vaak veel gesproken over kapitaal, regelgeving, talent en marktfragmentatie. Al deze factoren zijn belangrijk. Maar de a16z-these geeft een andere invalshoek: het belang van het laten groeien van ambitieuze oprichters zonder te vroeg te kiezen voor een traditionele bedrijfscultuur.
Europa beschikt over goede startups, sterk technisch talent en solide universiteiten. Maar vaak dringt het aan op vroege verkoop, redelijke exits of te snelle professionalisering. Soms is dat logisch; soms beperkt het juist de kansen om mondiale bedrijven te worden.
Het is niet de bedoeling om blind te kopiëren van Silicon Valley. Europa moet governance en financiële duurzaamheid combineren met ruimte voor dat soort controle die een oprichter nodig heeft. Soms vereist dat het toelaten van beslissingen die niet in alle gevallen in conservatieve commissies passen.
De oprichter maakt analyse niet overbodig, maar complexer
De gedachte dat “oprichters de activaklas vormen” moet niet worden opgevat als een uitnodiging om te investeren op basis van charisma. Het betekent juist dat je beter moet analyseren wie er achter de beslissingen zit.
Een uitzonderlijke oprichter is niet enkel iemand met een aansprekend verhaal. Het is iemand die weet wanneer hij moet bijstellen, beter kan inhuren dan hijzelf, snelheid behoudt zonder de organisatie te breken, data niet altijd op een hoop gooit maar ook niet blindelings alles gelooft, en weet waar hij moet herinvesteren zodra het bedrijf draait.
Growth-beleggers kopen niet alleen groei. Ze kopen de capaciteit om dat groei te blijven voeden en nieuwe kansen te ontdekken. En die capaciteit hangt in de beste technologische bedrijven sterk samen met de oprichter.
Het werk van David George is geen universele wet. Niet alle oprichters moeten altijd blijven, en niet elke waardering in privé kunnen wijten aan lange termijn. Maar het verklaart wel waarom de markt vaak de uitzonderlijke technologiebedrijven heeft onderschat.
Wanneer een bedrijf technologie, schaal, kapitaal, distributie en een capabele oprichter combineert die kansen ziet die anderen niet, kan de horizon veel verder liggen dan je op een spreadsheet zou verwachten. Een onaangename waarheid voor Wall Street en voor beleggers die denken dat technologische groei gemodelleerd kan worden als een volwassen industrie.
Veelgestelde vragen
Wat verdedigt David George in het a16z-essay?
Hij stelt dat growth-stage venture niet alleen gaat om grote financieringsrondes of bedrijven die langer privé blijven, maar vooral om uitzonderlijke oprichters die in staat zijn om jaren lang kapitaal toe te wijzen en kansen te vergroten.
Waarom zegt a16z dat oprichters de activaklas vormen?
Omdat, in de sterkst presterende technologiebedrijven, het alfa voortkomt uit niet-consensusbesluiten van oprichters die een hoge mate van controle hebben over product, markt en technologie.
Wat zijn de risico’s van deze stelling?
Het risico is dat het kan leiden tot excessieve waarderingen of zwakkere governance-structuren, vooral wanneer een uitzonderlijke oprichter wordt verward met een charismatisch figuur. Niet alle oprichters genereren hetzelfde alfa.
Waarom is dit belangrijk in het AI-tijdperk?
Omdat AI de kansen vergroot om nieuwe producten te ontwikkelen, kosten te verlagen en markten te herdefiniëren. Beleggers die die kansen eerder herkennen dan de consensus, kunnen een groot deel van de waarde pakken.
Bronnen:
- Andreessen Horowitz, “Late Stage Venture Is About Late Stage Founders”, David George.
- Grafiek van a16z gebaseerd op Bloomberg, S&P en J.P. Morgan Asset Management.
- a16z Growth, materialen over growth-stage investing.
