Las Vegas keert deze week weer terug als het centrum waar de technologisch industrie de toon voor het jaar zet. CES 2026 brengt niet alleen de vertrouwde stroom van laptops, televisies en gadgets, maar met een duidelijkere ambitie: de kunstmatige intelligentie (AI) niet meer zien als slechts “een software-laag”, maar als een nieuwe infrastructuur, van datacenters tot aan de bureaublad van ontwikkelaars.
De organisatie van CES benadrukt alvast dat deze editie de focus legt op trends die niet langer geïsoleerd blijven in laboratoria: robots die van beurs naar fabriek gaan, digitale gezondheidszorg met een serieuze implementatiedoelstelling en een uitgebreidere ruimte voor makers en creatievelingen. Daarnaast wordt CES Foundry geïntroduceerd, een nieuw platform dat bedoeld is voor zakelijke en technologische gesprekken rond AI en kwantumcomputing. Samengevat wil CES 2026 minder een catalogus tonen en meer een routekaart bieden.
CES Foundry: wanneer AI en kwantumcomputing aan tafel zitten
Een van de meest gehoorde boodschappen vooraf is dat AI niet meer alleen wordt gemeten aan de hand van modellen, maar vooral door de kracht die het mogelijk maakt om ze te trainen, te bedienen en te onderhouden zonder de kosten onhaalbaar te maken. CES Foundry dient als centrale ontmoetingsplek voor het bespreken van investeringen, adoptie en opschaling – en niet uitsluitend voor productlanceringen –, waarbij AI en kwantum de rode draden vormen door de andere verticals heen. De verwachting is dat deze editie minder abstract futurisme presenteert en meer praktische toepassingen vooropstelt.
NVIDIA Rubin: zes chips en een belofte van een “supercomputer” voor AI
In datacentra gebruikt NVIDIA CES om haar verhaal verder te versterken: de volgende generatie wordt niet verkocht als een GPU, maar als een compleet platform.
Ze presenteren Rubin als een “ultra-co-design” architectuur die zes siliciumonderdelen integreert: Vera CPU, Rubin GPU, NVLink 6 Switch, ConnectX-9 SuperNIC, BlueField-4 DPU en Spectrum-6 Ethernet Switch. Het doel is tweevoudig: het verkorten van de trainingstijd en vooral de kosten voor inference verlagen, wat cruciaal is voor modellen met uitgebreide redeneringen, agents en lange contexten.
Volgens NVIDIA kunnen systemen gebaseerd op Rubin tot wel 10 keer minder kosten per token realiseren tijdens inferentie, vergeleken met eerdere platforms zoals Blackwell. Daarnaast kunnen modellen zoals Mixture-of-Experts getraind worden met vier keer minder GPU’s, waardoor de inzetbaarheid bij bedrijven toeneemt door de lagere kosten.
Rubin arriveert met technische verbeteringen zoals NVLink van de zesde generatie voor GPU-GPU communicatie op schaal, een nieuwe Transformer-architectuur en features voor confidential computing, plus een focus op betrouwbaarheid en onderhoudssituaties, essentieel voor grote clusters. Naar verwachting zullen systemen met Rubin beschikbaar zijn in de tweede helft van 2026 via fabrikanten en grote cloud providers.
DGX SuperPOD en de “rack als rekeneenheid”
Een andere belangrijke blauwdruk op CES is de grootschalige uitrol. NVIDIA benadrukt het concept van een “AI-fabriek”: datacenters die functioneren als token- en redeneringsfabrieken. In dat kader wordt de DGX SuperPOD gepresenteerd als het basisblok om Rubin op te schalen. Hierbij worden racks ontworpen als onlosmakelijke eenheden van berekening en geheugen, met de netwerkintegratie als kern. De boodschap is duidelijk: niet alleen de rekenkracht, maar ook netwerk, datastromen en dagelijkse beheer vormen knelpunten die aangepakt moeten worden.
Van datacenter tot bureaublad: DGX Spark en DGX Station
CES 2026 vertelt ook een ander verhaal: de hernieuwde interesse in lokale AI. Dit is niet langer enkel een alternatief voor de cloud, maar een manier om snellere iteraties te realiseren, intellectueel eigendom beter te beschermen en ontwikkelfrictie te verminderen.
NVIDIA introduceert DGX Spark en DGX Station als “supercomputers” voor op het bureau. Spark zou modellen kunnen draaien van wel 100 miljard parameters, terwijl Station zich richt op nog grotere modellen, mogelijk met een configuratie gebaseerd op Grace Blackwell Ultra en coherente geheugenarchitecturen. Het idee is dat ontwikkelaars kunnen prototypen en finetunen zonder afhankelijk te zijn van lange wachttijden in de cloud, en later opschalen indien nodig.
AMD’s antwoord: “Helios” voor AI op yottaschelevel
AMD gebruikt CES 2026 om hun visie verder te versterken: “AI overal, voor iedereen”. De aankondiging van “Helios” – een rack-vriendelijk platform dat wordt omschreven als een blauwdruk voor yottaschele AI-infrastructuur – is daarbij het belangrijkste. Dit systeem is gebaseerd op GPUs Instinct MI455X, EPYC “Venice” CPU’s en ondersteund door het software-ecosysteem ROCm. AMD mikt op een indrukwekkende totale rekenkracht van maximaal 2,9 exaflops in één rack, wat de visie op efficiëntie en dichtheid onderstreept.
Daarnaast breidt AMD de Instinct-familie uit met de MI440X voor bedrijfsimplementaties en presenteert een vooruitblik op de tweede generatie MI500-serie, gepland voor 2027. Aanvullend werden nieuwe Ryzen AI-systemen met NPU van 60 TOPS getoond, plus initiatieven voor educatie en maatschappelijke adoptie met een investering van 150 miljoen dollar.
MSI vertaalt trends naar producten: laptops, schermen, Wi-Fi 7 en PCIe 5.0 SSDs
Hoewel CES altijd bekendstond om consumentenelektronica, wordt het jaar 2026 steeds meer een showcase voor AI-integratie. MSI presenteert een breed scala aan producten onder de slogan “Innovate Beyond”, waaronder ultradunne laptops voor productiviteit, gamingmachines met grote thermische marge, en accessoires die inspelen op snelle connectiviteit en hoge prestaties.
Belangrijkste noviteiten zijn onder meer een 16-inch gaming laptop met een gecombineerd vermogen van 300 W, ultrabrede QD-OLED monitor, Wi-Fi 7 mesh-oplossingen, en PCIe Gen 5 SSDs met hoge lees- en schrijfsnelheden. Het ontwikkelde ontwerp benadrukt dat de PC zich aanpast aan workflows waarin AI (lokaal of hybride) een centrale rol speelt.
De hernieuwde focus op geheugen: HBM4 en LPDDR6
Wat deze CES duidelijk maakt, is dat AI niet meer alleen opgebouwd wordt uit GPU’s. Geheugen en bandbreedte worden opnieuw strategisch. SK hynix presenteert de HBM4, met een 2048-bit interface en snelheden van 10 GT/s, en werkt aan LPDDR6-technologie voor servers en energie-efficiënte toepassingen. Zonder verbeteringen in geheugen en emballage zouden groeiende modellen en databehoeften niet haalbaar blijven uit technisch-economisch oogpunt.
Robotics, digitale gezondheidszorg en creators: concrete toepassingen maken het verschil
Buiten de kracht van de rekenmachines benadrukt CES dat 2026 ook draait om toepassing: robots voor veiligheid, duurzaamheid en productiviteit, digitale gezondheidsoplossingen die gericht zijn op praktische productlanceringen, en een uitgebreid Creator Space dat laat zien dat contentproductie en de bijbehorende tools inmiddels de kern vormen van de industrie.
Samenvattend toont CES 2026 een duidelijk beeld: AI stuurt een complete reorganisatie van de technologie-stack, van chips en netwerken tot beurspresentaties, demo-ruimtes en communicatie. Bovenal is er een gedeeld uitgangspunt dat kosten-efficiëntie (kosten per token, energie-efficiëntie, operationele eenvoud) net zo belangrijk wordt als pure kracht. De toekomst is niet alleen krachtig, maar vooral slim en doelgericht ingericht.
