De humanoïde robotica nadert de 400 miljard, maar blijft vastzitten in de proeffasen

Humanoïde robotica leeft een van die momenten door waarin technologie sneller lijkt te vorderen dan bedrijven die haar willen adopteren. Prototype’s lopen, tillen dozen, herkennen voorwerpen, ontvangen spraakcommando’s en beginnen modellen van kunstmatige intelligentie te combineren met sensoren, actuatoren en imitatie leren. Maar tussen een virale demo en een rendabel inzetten in een fabriek, een magazijn of een ziekenhuis ligt nog steeds een aanzienlijke afstand.

McKinsey heeft deze stagnatie benoemd als “pilot purgatory”, het purgatorium voor pilots. Het adviesbureau waarschuwt dat humanoïde en algemene robots niet langer slechts technische curiositeiten zijn, maar dat veel organisaties nog steeds geen duidelijke processen, infrastructuur, talent of economische criteria hebben om ze in productie te brengen. De industrie kijkt uit naar een markt die in 2040 ongeveer 400 miljard dollar zou kunnen bereiken, terwijl bedrijven zich afvragen wat ze moeten doen met robots die in het lab al indruk maken, maar niet altijd hun kosten rechtvaardigen in echte operaties.

De boodschap werd krachtig gehoord tijdens de 5th Mobis Mobility Day, gehouden in Sunnyvale, Silicon Valley, met de focus op robotica en fysieke artificiële intelligentie. Hyundai Mobis bracht startups, investeerders, fabrikanten en experts samen op een evenement dat laat zien waar de sector naartoe beweegt: robotica wordt niet meer alleen gezien als industriële machines, maar als een fysieke uitbreiding van AI.

Fysieke AI is geen sciencefiction meer, maar ook geen plug-and-play

De sleutel tot deze nieuwe golf ligt in de zogenoemde embodied AI of ingesloten artificiële intelligentie. In tegenstelling tot generatieve AI die teksten schrijft, afbeeldingen creëert of documenten samenvat, moet fysieke AI handelen in de echte wereld. Ze moet camera’s, tactiele sensoren, kracht, positie, evenwicht, obstakels, menselijke instructies en onvoorziene verandering in de omgeving interpreteren. En vervolgens een mechanisch lichaam bewegen zonder iets te breken, zonder iemand te verwonden en zonder stilstand van een productielijn.

McKinsey wijst erop dat algemene robots meer aandacht krijgen dankzij de verbeteringen in visie-taal-actiemodellen, multimodale sensoren en het vermogen om te leren door observatie van mensen. In theorie stelt dit een robot in staat om een instructie te interpreteren, een object te herkennen en een taak uit te voeren zonder voor elke beweging stap voor stap geprogrammeerd te hoeven worden. In de praktijk blijven fouten voorkomen wanneer de omgeving verandert, objecten niet op de verwachte plek liggen, of wanneer de taak fijne manipulatie vereist.

Investeerders zijn serieus. McKinsey schat dat de jaarlijkse financiering voor algemene robotica sinds 2022 boven de 1 miljard dollar ligt en dat octrooiaanvragen met 40% per jaar groeien. Ook wordt een marktpotentieel geschat op ongeveer 370 miljard dollar in 2040, met China als een van de grote groeipolen. Het is een enorme kans, mits de technologie nog verschillende niveaus van ontwikkeling doorwerkt.

Relevante gegevens over algemene roboticaBenadering cijfertje
Geschatte markt voor 2040 volgens McKinsey370 miljard dollar
Jaarlijkse financiering vanaf 2022Meer dan 1 miljard dollar
Groei in octrooiaanvragen sinds 202240%
Gemiddelde kosten van humanoïde prototypes nu, volgens McKinsey150.000 tot 500.000 dollar
Doelprijs voor massale sectoren20.000 tot 50.000 dollar
Gebruikelijke autonomie van veel humanoïdes nu2 tot 4 uur
Weegfactor voor actuatie in totale robotkosten40% tot 60%

Het probleem is dat robots niet zoals een SaaS-applicatie de deur binnenkomen. Het is niet voldoende om een licentie te kopen, een team te trainen en data te koppelen. Een robot heeft fysieke veiligheid nodig, onderhoud, reserveonderdelen, operationele zones, integratie met interne systemen, noodeventprotocols, menselijke supervisie, arbeidsacceptatie en een return on investment berekening. Als er iets fout gaat, is het niet alleen een foutmelding op een scherm: het kan een stuk raken, een productielijn stilleggen of een ongeluk veroorzaken.

Vier barrières voordat ze uit de laboratoriumfase komen

McKinsey vat de overstap naar grootschalige inzet samen in vier grote barrières: veiligheid, autonomie, vaardigheid en kosten. Geen enkele is minder belangrijk.

Veiligheid staat voorop. Humanoïde robots beloven te kunnen werken in ruimtes die voor mensen bedoeld zijn, zonder hekken en zonder volledige herinrichting van magazijnen, ziekenhuizen of fabrieken. Dat is juist hun voordeel ten opzichte van traditionele industriële robots, maar ook hun grootste risico. Een humanoïde die tussen werknemers beweegt, moet menselijke aanwezigheid detecteren, botsingen vermijden, de kracht die hij uitoefent beperken, reageren op valpartijen en werken volgens duidelijke normen. De huidige standaarden voor collaboratieve robotica dekken nog niet alle gevallen van autonome humanoïde robots in open omgevingen.

Autonomie is de tweede hindernis. Veel huidige humanoïdes dekken niet een volledige werkdag. Als een robot slechts twee of vier uur werkt en daarna lang moet opladen, daalt de daadwerkelijke productiviteit. Oplossingen liggen in uitwisselbare batterijen, snel laden, efficiëntere ontwerpen en gepland werken in cycli, maar een volwassen antwoord voor lange shifts ontbreekt nog.

De derde hindernis is vaardigheid. Een magazijn bewegen is al lastig; omgaan met onregelmatige objecten is dat nog veel meer. De menselijke hand beschikt over kracht, gevoeligheid, snelheid en precisie die nauwelijks te evenaren zijn. Een robot kan dozen tillen of onderdelen vervoeren, maar touwtjes knopen, fruit pellen, fragiele voorwerpen oppakken of in ongemakkelijke posities werken met kleine onderdelen blijft zeer moeilijk. In de praktijk betekent dit dat eerste toepassingen zich moeten richten op repetitieve, gestructureerde taken met weinig variatie.

De vierde hindernis is de kost. De huidige prototypes zijn duur omdat ze afhankelijk zijn van onvolgroeide componenten, beperkte toeleveringsketens en nog weinig industriële ontwerpen. McKinsey schat dat aandrijving, inclusief motoren, reductoren, tandwielen, jachten en sensoren, tussen de 40% en 60% van de totale kosten kan uitmaken. Voor een robot die economisch rendabel moet zijn buiten zeer specifieke pilots, moeten prijzen fors dalen en het onderhoud voorspelbaar worden.

Het gevaar van eeuwig blijven testen

“Pilot purgatory” is niet exclusief voor robotica. Het komt ook voor bij generatieve AI, het internet der dingen, augmented reality of geavanceerde automatisering. Bedrijven testen nieuwe technologieën, krijgen veelbelovende demo’s, presenteren ze intern, maar komen niet verder omdat er ontbreekt aan budget, duidelijke verantwoordelijken, goede integratie of meetbare zakelijke metrics.

Bij robots is dat risico nóg groter omdat de uitrol fysieke operaties raakt. Het is niet genoeg dat een robot een taak kan uitvoeren; men moet weten hoe lang het duurt, hoe vaak hij faalt, wie hem repareert, wat er gebeurt bij een val, hoe hij samenwerkt met mensen, wat de kost is om hem stil te zetten, welke verzekeringen nodig zijn, welke data wordt verzameld en welke productiviteit hij daadwerkelijk toevoegt ten opzichte van menselijke of klassieke geautomatiseerde oplossingen.

Daarom is het verstandig om niet zomaar robots te kopen vanwege de hype, maar om voor duidelijke en meetbare toepassingen te kiezen. Een magazijn kan beginnen met intern vervoer van lichte ladingen op vaste routes. Een fabriek kan testen met materiaaltoevoer of bewegen van onderdelen binnen gecontroleerde zones. Een ziekenhuis kan logistieke taken evalueren die geen direct contact met patiënten vereisen. Het is cruciaal om projecten niet te ambitieuze te maken, zodat de robot geen dure attractie wordt zonder echte meerwaarde.

Humanoïde robotica vraagt ook om een meer volwassen supply chain. Belangrijke componenten zoals precisie-actuators, tactiele sensoren, reductoren en krachtige spijkers worden niet altijd snel op grote schaal geproduceerd. China heeft hierin alvast een voordeel, net zoals bij batterijen, elektrische voertuigen en consumentenelektronica. Voor Europa en de VS is het niet alleen de ontwikkeling van goede robots, maar ook het waarborgen van betrouwbare leveranciers, standaarden en productiecapaciteit.

De interesse van Hyundai Mobis in robotica en fysieke AI past in dat plaatje. Het bedrijf zoekt technologische partnerships en investeringskansen in gebieden die belangrijk kunnen worden voor mobiliteit, fabricage, componenten, industriële automatisering en diensten. De aanwezigheid van startups met humanoïdes, robotarmen, perceptie en AI-modellen op het Silicon Valley evenement toont dat auto’s, robotica en AI steeds meer een gezamenlijke agenda delen.

De belofte van humanoïde robotica is groot: machines die in menselijke ruimtes kunnen werken, nieuwe taken leren, en helpen in sectoren met arbeidskrapte, fysieke risico’s of lage productiviteit. Maar de markt groeit niet alleen omdat de videobeelden spectaculair zijn. De groei gebeurt wanneer robots veilig, volledig werkbaar, betrouwbaar, goedkoper en geschikt voor echte operaties worden.

De kans ligt er, maar gaat niet vanzelf. Bedrijven die waarde willen halen uit de technologie moeten processen, data, personeel, onderhoud en return-on-investment-criteria klaarmaken, voordat de technologie volledig rijp is. Humanoïde robotica kan één van de grote industrieën worden van de komende decennia, of jaren blijven steken in een reeks briljante pilots die nooit echt doorbreken.

Veelgestelde vragen

Wat betekent “pilot purgatory” in robotica?
Het is de situatie waarin een bedrijf robotpilots of demonstraties uitvoert, maar geen doorbraak naar serieuze productie kan maken vanwege economische, veiligheids- of integratieproblemen.

Hoeveel zou de markt voor algemene robotica kunnen zijn?
Volgens McKinsey zou deze kunnen oplopen tot circa 370 miljard dollar in 2040, mits de technologie haar ontwikkeling voortzet en barrières op het gebied van kosten, veiligheid, autonomie en adoptie overwint.

Waarom worden humanoïde robots nog niet massaal ingezet?
Omdat ze nog beperkingen hebben in autonomie, vaardigheid, veiligheid in open ruimtes, fabricagekosten, onderhoud, integratie en acceptatie binnen organisaties.

Welke sectoren zouden early adopters van humanoïde robots kunnen zijn?
Gestructureerde omgevingen zoals logistiek, productie, inspectie, eenvoudige manipulatie, repetitieve taken en operaties met personeelstekort of fysiek risico vormen de meest voor de hand liggende eerste toepassingen.

Scroll naar boven