De openbare cloud wordt niet langer uitsluitend besproken in termen van schaalbaarheid, wendbaarheid of toegang tot geavanceerde AI-diensten. Steeds meer bedrijven bekijken de cloud vanuit een veel ongemakkelijker perspectief: de werkelijke kosten. Dit was precies het centrale thema van de presentatie “FinOps of chaos: hoe voorkom je dat je geld verbrandt in de openbare cloud”, gegeven door Zigor Gaubeca, CIO van Aire, tijdens ASLAN 2026, dat plaatsvond in Madrid van 17 tot 19 maart. De onderliggende boodschap was duidelijk: zonder financiële discipline, zichtbaarheid en goed governance kan de openbare cloud een voortdurende bron worden van inefficiënte uitgaven en verminderde marges.
Deze interventie sluit aan bij een zorg die niet langer marginaal is. Jarenlang migreerden veel organisaties workloads naar hyperscale-omgevingen, aangetrokken door elasticiteit, snelle implementatie en de mogelijkheid om te innoveren zonder grote initiële investeringen. Maar naarmate het gebruik toeneemt, stijgen ook de verborgen kosten, contractuele complexiteit en de moeilijkheid om echt inzicht te krijgen in welke resources daadwerkelijk worden gebruikt en welke er worden betaald uit inertie. In die context wordt FinOps niet langer een modewoord, maar een praktische noodzaak: het afstemmen van technologie, operaties en financiën om te voorkomen dat de cloud een constante geldverspilling wordt.
Een van de opvallendste gegevens die Aire tijdens ASLAN presenteerde, was dat 88% van de cloudmarkt in de Europese Unie in handen is van Amerikaanse aanbieders, volgens gegevens die het bedrijf citeerde uit IDC 2025. Los van de commerciële dominantie van deze spelers, ligt de kern van de kwestie in het model: ogenschijnlijk concurrerende prijzen, ja, maar met tariefstructuren die verborgen kosten voor uitgaand verkeer, opslag of datatransfers kunnen verbergen, moeilijk te voorzien. Aire noemt bijvoorbeeld egress-kosten tot 0,09 dollar per GB, een detail dat klein lijkt totdat een bedrijf grote datasets buiten het platform moet verplaatsen. Daar komt de zogenaamde ‘verrassingsfactuur’ naar voren, een van de problemen die de huidige FinOps-discussie sterk voeden.
Wanneer de cloud niet meer comfortabel is
Het probleem is niet dat de publieke cloud per definitie slecht is. Het probleem ontstaat als ze zonder goed bestuur wordt gebruikt. Veel bedrijven ontdekten eerst hoe gemakkelijk het was om resources te deployen; pas later zagen ze hoe moeilijk het werd om de uitgaven onder controle te houden wanneer resources werden overdimensioneerd, onderbenutzt of slecht gelabeld. Zonder gedetailleerde controle over het gebruik, prioriteren technische teams snelheid en beschikbaarheid, terwijl de financiële afdeling geconfronteerd wordt met een toenemende factuur zonder duidelijke tracering.
Daar komt FinOps om de hoek kijken. Het draait niet slechts om kostenbesparing, maar om het bijna in real-time begrijpen van de cloudkosten, bepalen welke workloads echt globale infrastructuur vereisen en welke in andere omgevingen moeten worden uitgevoerd, en voorkomen dat elasticiteit een permanente uitnodiging tot verspilling wordt. Dit was precies de aanpak die Aire onderstreepte tijdens ASLAN: niet de publieke cloud demoniseren, maar haar op een slimmere wijze beheren.
Europa verscherpt regels en verandert het speelveld
Aan deze economische druk wordt een steeds grotere regelgevende factor toegevoegd. De Data Act van de EU treedt in werking op 12 september 2025 en betekent een belangrijke verandering op het gebied van toegang, gebruik en overdracht van data. Onder andere versterkt het de idee dat klanten van providers zonder geografische gebondenheid moeten kunnen overstappen zonder vast te zitten in technische blokkades of kunstmatige sancties. Voor veel Europese leveranciers kan dit nieuwe kader een strategische kans bieden tegenover de grote buiten-Europese giganten.
Daarnaast presenteerde de Europese Commissie in november 2025 een pakket voor het vereenvoudigen van digitale regels, bekend als Digital Omnibus, dat tot doel heeft de administratieve lasten te verlagen en compliance te vereenvoudigen. Brussel verwacht dat deze maatregelen tot 5 miljard euro aan besparingen in administratieve kosten kunnen leiden tegen 2029. Deze context is relevant omdat het niet alleen bedrijven aanspoort hun cloudproviders te herzien, maar ook meer redenen geeft om te investeren in Europese infrastructuren voor meer controle, voorspelbaarheid en minder juridische afhankelijkheid van derde landen.
Data-soevereiniteit wordt onderdeel van de financiële afweging
Aire’s interventie beperkt zich niet tot kosten. Ze introduceert ook een steeds sterker wordende gedachte in Europa: de financiële optimalisatie van de cloud mag niet los worden gezien van digitale soevereiniteit. In de praktijk betekent dit dat de keuze van een provider niet alleen op prijs of dienstenpakket wordt gebaseerd, maar ook op waar de data zich bevinden, onder welke jurisdictie ze vallen en welke risico’s een bedrijf loopt bij het werken met infrastructuren onder extracommunautaire regelgeving, zoals de CLOUD Act van Amerika.
In dat licht positioneert Aire zich als een Europese alternatief met data opgeslagen in Spaanse en Europese datacenters, onder EU-jurisdictie, en met een belofte van meer transparantie over kosten. Het bedrijf beweert bovendien dat bepaalde Europese providers in sommige scenario’s wel tot 50% goedkoper kunnen zijn dan hyperscalers, afhankelijk van de workload, het verkeer, de architectuur en de gebruikte diensten. Deze bewering is commercieel relevant, maar moet altijd als een positioneringsmiddel worden geïnterpreteerd en niet als een universele regel die voor iedereen geldt.
De soevereine hybride architectuur als tussenoplossing
De aanpak die Zigor Gaubeca verdedigt, is niet het volledig afzweren van de publieke cloud, maar het ontwerpen van een soevereine hybride architectuur. Daarbij worden data en workloads gesegmenteerd op basis van gevoeligheid: de minder kritische kunnen blijven op globale infrastructuren; de gevoelige of gereguleerde gegevens worden ondergebracht op Europese gekwalificeerde clouds, bijvoorbeeld binnen het kader van Gaia-X, met end-to-end encryptie en sleutels die binnen de EU worden beheerd.
Dit model is logisch omdat het een realiteit erkent die veel bedrijven al ervaren: niet alle workloads verdienen dezelfde behandeling. Sommige vereisen juridische nabijheid, contractcontrole en kostenvoorspelbaarheid; andere prioriteren elasticiteit, wereldwijde beschikbaarheid of integratie met specifieke ecosystems. Een hybride aanpak probeert beide werelden te combineren zonder in extremen te vervallen.
De cloud van 2030 draait om controle, niet alleen om schaal
De afsluitende boodschap van Aire wijst op een langetermijnvisie: een Europa met meer data- en service-soevereiniteit, minder afhankelijkheid van externe leveranciers en een cloud-ecosysteem dat concurrerend is op wereldniveau, zonder de naleving van regelgeving uit het oog te verliezen. Het klinkt ambitieus, maar het debat is alvast geopend en lijkt geen toeval.
Wat ASLAN 2026 aantoonde, is dat publieke cloud in een nieuwe fase is beland. Het gaat niet meer alleen om het gebruik ervan, maar ook om het bestuur. Schalen volstaat niet meer: kosten moeten worden gerechtvaardigd. Innovatie zonder controle verandert in een strategische keuze. In dat scenario wordt FinOps niet langer een methodiek voor specialisten, maar een strategisch fundament voor elk bedrijf dat niet blind wil blijven hangen in oncontroleerbare uitgaven.
Veelgestelde vragen
Wat is FinOps en waarom horen we er nu zoveel over?
FinOps is een discipline die gericht is op het afstemmen van technische, financiële en zakelijke teams om cloud-uitgaven te beheersen en te optimaliseren. Het krijgt veel aandacht omdat steeds meer bedrijven niet alleen willen opschalen in de cloud, maar ook beter willen begrijpen en beheersen wat ze uitgeven.
Hoe verhoudt de Data Act zich tot de cloud?
De Data Act, vanaf 12 september 2025 van kracht, versterkt het recht op toegang en overdracht van data en beperkt technische blokkades tussen aanbieders, wat vooral relevant is voor cloud-omgevingen.
Wat stelt Aire voor ten opzichte van het hyperscaler-model?
Aire pleit voor een strategie gebaseerd op digitale soevereiniteit, meer transparantie over kosten en hybride soevereine architecturen, waarbij globale infrastructuur wordt gecombineerd met Europese clouds voor kritische data.
Wat is een soevereine hybride architectuur?
Het is een benadering waarbij bedrijven hun workloads en data verdelen op basis van gevoeligheid en regelgeving: minder kritische workloads blijven op globale clouds, terwijl gevoelige data worden opgeslagen op Europese clouds met betere controle en naleving onder EU-rechtspraak.
