Frankrijk stopt met Windows en versnelt zijn inzet voor digitale soevereiniteit

Frankrijk heeft een significante politieke en technologische stap gezet in de volle race van Europa om digitale autonomie te bereiken. De Interministeriële Directie voor Digitalisering (DINUM), in samenwerking met andere Franse overheidsorganen, organiseerde op 8 april een interministerieel seminar om de vermindering van afhankelijkheid van niet-Europese digitale systemen te versnellen. De boodschap bleef niet beperkt tot een algemene verklaring: de Franse overheid kondigde aan te stoppen met Windows op werkplekken en te overstappen naar Linux-werkstations, met een planning voor elk ministerie om vóór de herfst een eigen plan voor afhankelijkheidsreductie te definiëren.

Deze ontwikkeling is niet slechts een verandering van besturingssysteem. Frankrijk plant een diepgaande herziening van de technologische lagen waarop de overheid steunt: samenwerkingssoftware, antivirusprogramma’s, kunstmatige intelligentie, databases, virtualisatie en netwerkapparatuur. Met andere woorden, het gaat niet alleen om het vervangen van software, maar om het herzien van de afhankelijkheid van externe, vooral niet-Europese, leveranciers op strategische terreinen van de staat.

Dit besluit volgt bovendien op diverse eerdere bewegingen die in dezelfde richting wijzen. Volgens de eigen informatie van DINUM is het Franse nationale ziekenfonds (Caisse nationale d’Assurance maladie) al begonnen met de migratie van 80.000 medewerkers naar tools uit de interministeriële digitale basis, zoals Tchap, Visio en FranceTransfert. Tegelijkertijd heeft de Franse regering recentelijk ook de migratie van het gezondheidsdataplatform naar een vertrouwensoplossing aangekondigd.

Van desktop naar cloud: Frankrijk wil meer dan alleen een besturingssysteem veranderen

De overstap van Windows naar Linux is wellicht het meest opvallende kopje, maar dat moet in de context worden gezien. Wat Frankrijk voor ogen heeft, is geen onmiddellijke en uniforme vervanging van alle systemen, maar een langetermijnstrategie om de afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers voor essentiële diensten te verminderen. Het seminar van 8 april, georganiseerd met steun van de DGE, ANSSI en de inkoopafdeling van de Overheid, dient vooral om die verandering te coördineren tussen ministeries, publieke operators en private partijen.

De routekaart bevat een kernidee: van geïsoleerde initiatieven naar “coalities” tussen overheidsinstanties en bedrijven, gebaseerd op interoperabiliteit en digitale gemeenschappelijkheid. Hier vallen projecten als Open-Interop en OpenBuro onder, die voorkomen dat digitale soevereiniteit slechts een merkerkennis wordt zonder de fundamentele problemen aan te pakken. Want een overheid kan een leverancier vervangen door een andere zonder echte controle als er geen gebruik wordt gemaakt van open standaarden, portabiliteit en echt controle over haar systemen.

Bovendien was Frankrijk al bezig met het voorbereiden van de cloud-omgeving. In een overzicht dat eind maart door DINUM werd gepubliceerd, stelde de Franse regering dat in 2025 voor 84 miljoen euro aan bestellingen via haar interministeriële markt voor publieke cloud gaan, met een groei van 62% ten opzichte van 2024. Van dat bedrag ging 70% naar Europese leveranciers en binnen de strikte overheidscontext was dat zelfs 99%. Dit cijfer onderbouwt dat de huidige stap geen impulsieve beslissing is, maar een voortzetting van een politiek die al werd versterkt door overheidsopdrachten.

Een voorbeeld voor heel Europa, maar zonder automatische exodus

De belangrijke vraag is of de rest van Europa hetzelfde pad zal volgen. Het korte antwoord is dat er niet sprake is van een automatische of uniforme ‘expedities’ uit Windows, maar dat er wel duidelijke signalen zijn dat het debat niet langer marginaal is. De Europese Commissie wil in 2026 de toekomstige Cloud and AI Development Act presenteren, met als doel minstens het driemaal verhogen van de datacentercapaciteit van de Unie in de komende 5 tot 7 jaar en volledig te voldoen aan de behoeften van bedrijven en overheden tot 2035. De Franse beweging past dik in dat kader.

Ook verschijnen er concrete initiatieven bij andere overheidsinstellingen. Bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam heeft een meerjarenstrategie voor digitale autonomie gepubliceerd voor 2026-2035, met maatregelen rondom open source werkplekken, nationale cloud en overheidsopdrachten. Hoewel het geen vergelijkbare nationale strategie is, toont het dat het debat over digitale soevereiniteit niet langer beperkt blijft tot Brussel of technische fora, maar écht doorwerkt in praktische besluitvorming.

Dat betekent niet dat alle landen meteen afscheid nemen van Windows of abrupt hun banden met grote Amerikaanse leveranciers verbreken. Massamigraties bij overheden zijn complex, duur en tijdrovend. Ze vereisen compatibiliteit met legacy applicaties, training, ondersteuning, herontwerp van processen en vooral een volwassen Europese markt die niet dwingt te kiezen tussen soevereiniteit en functionaliteit. De Franse overheid lijkt zich hiervan bewust en zet daarom ook in op de industrie en overheidsopdrachten als strategische instrumenten om de Europese markt zichtbaar en volumen te geven.

OVHcloud, Stackscale en de kansen voor Europese leveranciers

In dat licht is het logisch te denken dat Europese infrastructuurleveranciers versterking kunnen vinden wanneer meer overheden en grote organisaties deze koers volgen. Dit gebeurt niet omdat Frankrijk expliciet namen noemt, wat het niet doet, maar omdat de strategie aansluit bij een eenvoudig principe: het verminderen van technologische afhankelijkheid vertaalt zich vaak in meer aandacht voor operators met infrastructuur in Europa, met Europese regelgeving en met voorstellen die meer gericht zijn op reversibiliteit, interoperabiliteit en controle.

Zo ontstaan spelers als de Franse OVHcloud, die zich profileert als Europese cloudaanbieder, of de Spaanse Stackscale, Europese infrastructure-as-a-service leverancier, onderdeel van Grupo Aire. Beide voorbeelden illustreren hoe de Europese markt zich probeert te positioneren ten opzichte van Amerikaanse hyper-scalers, ook al leidt dat nog niet automatisch tot publieke aanbestedingen of commerciële successen. Wel verandert de context: wanneer overheden prioriteit geven aan digitale soevereiniteit, wint de nabijheid qua regelgeving en operatie aanzienlijk aan gewicht bij besluitvorming.

Frankrijk heeft in ieder geval een heel duidelijke boodschap afgegeven. Digitale soevereiniteit is niet slechts een politiek discours of een strategische wens, maar een concrete beleidslijn die raakt aan werkplekken, cloud, security, kunstmatige intelligentie en overheidsopdrachten. De grote vraag is niet of het debat zich verder uitstrekt door Europa, want dat gebeurt al, maar welke landen erin slagen dit om te zetten in uitvoerbare plannen met budget, planning en voldoende robuuste technologische alternatieven.

Veelgestelde vragen

Wat betekent het dat Frankrijk stopt met Windows in haar overheid?
Het betekent dat de DINUM een overgang naar Linux-werkplekken heeft aangekondigd als onderdeel van haar strategie om afhankelijkheid van niet-Europese digitale systemen te verminderen. Dit betekent niet dat alle systemen meteen worden aangepast of dat de hele overheid gelijktijdig overstapt.

Welke andere technologische gebieden wil Frankrijk herzien naast het besturingssysteem?
De plannen die ministeries moeten presenteren omvatten werkplekken, samenwerkingssoftware, antivirus, kunstmatige intelligentie, databases, virtualisatie en netwerkapparatuur.

Stuurt Frankrijk aan op uitsluitend Europese technologie te contracteren?
Niet helemaal. Wat Frankrijk doet, is het versterken van een strategie van afhankelijkheidsvermindering en inzetten op soevereine en interoperabele oplossingen. Voor cloud heeft Frankrijk bijvoorbeeld al aangegeven dat het grootste deel van de overheidsaanbestedingen naar Europese leveranciers gaat.

Kan deze strategie leveranciers zoals OVHcloud of Stackscale helpen?
Dat zou kunnen, vooral wanneer meer overheden prioriteit geven aan soevereiniteit, regelgevingsnabuurschap en interoperabiliteit. Maar het Franse plan benoemt geen specifieke leveranciers en garandeert geen marktaandelen.

vía: numerique.gouv.fr

Scroll naar boven