Hydromea en Equinor brengen realtime gegevens van de zeebodem naar de cloud

De digitalisering van de oceaan heeft zojuist een belangrijke stap gezet. Het Zwitserse Hydromea en het Noorse Equinor hebben een draadloze datasoverdracht in real-time en met hoge bandbreedte gedemonstreerd, rechtstreeks vanaf de zeebodem naar de cloud. De proef combineert onderwater optische communicatie, een eigen onderzeese netwerkinfrastructuur en de koppeling naar cloud- en landbesturingssystemen. Beide bedrijven presenteren dit als een mijlpaal voor autonome offshore-operaties.

Centraal in de demonstratie staat LUMA, het door Hydromea ontwikkelde platform dat gebruikmaakt van free-space optical communication onder water. Volgens het bedrijf slaagden haar SWiG-compatibele apparaten erin een onderwater draadloos toegangspunt te creëren dat datasnelheden tot 10 Mbps mogelijk maakt en tot diepte van 6.000 meter kan opereren. De gegevens, afkomstig van bodem- of onderwater voertuigen en sensoren, werden draadloos doorgestuurd naar de infrastructuur van Equinor via het DEEPNET-netwerk, om uiteindelijk in de cloud en op land te worden verwerkt.

Een vooruitgang voor drones, sensoren en continue inspectie

Meer dan een louter technologische demonstratie, richt deze ontwikkeling zich op een concreet probleem in de onderwaterwereld: de uitdaging om in real-time data te verkrijgen zonder afhankelijkheid van kabels, regelmatige herstelacties of ondersteuning door schepen. Hydromea stelt dat deze architectuur de deur opent voor continue gegevensuitwisseling door sensoren en onbemand onderwatervoertuigen, met minder menselijke tussenkomst en minder kabelgebonden oplossingen.

Equinor werkt al jaren aan soortgelijke doelen. De olie- en gasmaatschappij zet in op projecten met drones en onderwaterrobots. In eigen documentatie benadrukt het streven naar uitbreiding van het gebruik van onderzeese residentiële voertuigen en gestandaardiseerde oplaal- en inspectiestations voor onderhoud en reparatie. Het bedrijf vermeldt ook dat haar AIR-programma infrastructuur voor IoT-communicatie en software voor robots en drones omvat, evenals stations voor het docking van onderzeese voertuigen.

Deze context verklaart waarom deze demonstratie relevant is. Als een voertuig of sensor videobeelden, telemetrie of structurele integriteitsdata in real-time kan uitzenden vanaf de zeebodem tot een cloudplatform, verandert het operationele model drastisch. Inspecties worden niet langer incidentele activiteiten, maar een voortdurende waaklaag. Dit kan resulteren in minder schepen, minder interventies windows, sneller detectie van afwijkingen en een sterkere basis voor automatisering van beslissingen in complexe onderzeese infrastructuren. Deze conclusie volgt logisch uit de capaciteiten en doelstellingen die Hydromea en Equinor beschrijven.

Geen vervanging voor onderzeese kabels, maar een cruciale aanvulling

Belangrijk om te benadrukken: deze ontwikkeling vervangt niet de grote onderzeese glasvezelkabels die continenten verbinden en het internet ondersteunen. Wat wordt voorgesteld, is een aanvullende laag van connectiviteit, meer lokaal en operationeel, gericht op sensoren, drones en onderwateractiva. Desalniettemin past dit in een breder gesprek over de onderzeese digitale infrastructuur en haar toenemende strategische waarde.

Dit onderwerp is niet onbelangrijk. Het rapport Australian Telecommunications Sector Resilience Profile, opgesteld door het Tech Policy Design Centre van de Australian National University, stelt dat ongeveer 98 % van het wereldwijde dataverkeer via onderzeese kabels loopt. Het waarschuwt dat deze kabels kwetsbaar kunnen worden door hun beperkte aantal en blootstelling aan onbedoelde of opzettelijke beschadigingen. Het document onderstreept dat de veerkracht van de telecommunicatiesector steeds meer afhankelijk is van betere coördinatie, informatie-uitwisseling en voorbereiding op grootschalige onderbrekingen.

Zo gezien is wat Hydromea en Equinor hebben bewezen niet alleen relevant voor olie en gas. Het kan ook belangrijke implicaties hebben voor offshore windparken, milieumonitoringsystemen, energiekabels, onderzeese datacenters en toekomstige beveiligings- en surveillancesystemen voor kritieke activa. Wanneer een onderzees netwerk niet alleen meer dienstdoet als dataverzamelpunt, maar ook functioneert als een klein lokaal netwerk met een cloudverbinding, neemt de operationele waarde van deze laag duidelijk toe. Deze redenering is gebaseerd op de toepassingen die Hydromea noemt voor LUMA in energie, monitoring en onderzeese infrastructuur.

De uitdaging ligt nu bij standaardisatie

Een ander belangrijk punt van het nieuws is interoperabiliteit. Hydromea benadrukt dat zowel zij als Equinor deelnemen aan SWiG, een industriële werkgroep die zich bezighoudt met normen voor onderzeese draadloze technologieën. De ontwikkelaar claimt dat zij vooroploopt in het opzetten van een wereldstandaard voor onderzeese optische communicatie met snelheden tot 10 Mbps. Hiermee wordt het voor verschillende fabrikanten en operators makkelijker om deze oplossingen uit te rollen met minder frictie. Acteurs zoals Equinor, Chevron en TotalEnergies zijn actief betrokken bij dit initiatief.

Het belang van deze standaardisatie kan niet worden onderschat. In de oceaan is een succesvolle lab- of pilot-test niet genoeg. Willen deze technologieën internationaal opschalen, dan moeten systemen interoperabel zijn, gedeelde procedures worden geharmoniseerd, veiligheid geïntegreerd en de bedrijfseconomische modellen zodanig zijn dat zij concurreren met traditionele methoden. De demonstratie van Hydromea en Equinor laat zien dat de technische knelpunten begonnen te verschuiven. En wanneer dat gebeurt in zo’n strategisch domein als de onderwaterinfrastructuur, krijgt de sector veel aandacht.

Veelgestelde vragen

Wat hebben Hydromea en Equinor precies bereikt?
Ze hebben aangetoond dat dataverkeer draadloos en in real-time van de zeebodem naar de cloud kan worden gestuurd, door onderwater optische communicatie te combineren met de DEEPNET infrastructuur van Equinor en cloud-servers op land.

Hoe snel en op welke diepte werkt de LUMA-technologie?
Hydromea bevestigt dat haar platform LUMA datasnelheden tot 10 Mbps kan bereiken en tot diepten van 6000 meter kan opereren.

Vervangt dit de onderzeese internetkabels?
Nee. Het gaat om een aanvullende connectiviteitslaag voor operationele doeleinden tussen sensoren, drones en systemen, niet om een vervanging van de transoceanische glasvezelverbindingen.

Waarom is standaardisatie in onderzeese draadloze netwerken belangrijk?
Omdat zonder interoperabele systemen en fabrikaten grootschalige uitrol veel complexer wordt. SWiG werkt hieraan, en Hydromea claimt dat ze een wereldstandaard voor onderwater optische communicatie ontwikkelt, mogelijk tot 10 Mbps.

vía: datacenterdynamics en sdxcentral

Scroll naar boven