Microsoft heeft een nieuwe optie geïntroduceerd genaamd “Flexibele Routersing” voor klanten in de Europese Unie (EU) en de Europese Vrijhandelsassociatie (EFTA) die gebruikmaken van Copilot. Deze functie stelt hen in staat om tijdens piekperiodes de inferentie van taalmodellen buiten de datalimieten van de EU te verwerken, waardoor een stabielere gebruikerservaring wordt gewaarborgd. Simpel gezegd: bij hoge belasting kan een deel van de verwerking van een Copilot-verzoek plaatsvinden in datacenters in de Verenigde Staten, Canada of Australië.
Deze maatregel raakt niet alle klanten en werkt niet op dezelfde wijze voor alle diensten, maar verplicht beheerders van Microsoft 365, Power Platform en Dynamics 365 om hun configuratie te controleren. Voor gereguleerde organisaties, juridische afdelingen, compliance-teams en veiligheidsanalisten is dit geen kleine aanpassing. De vraag is niet meer alleen of Copilot beschikbaar is in Europa, maar ook waar de inferentie plaatsvindt wanneer de vraag de lokale capaciteit overstijgt.
Wat is het Flexibele Routersingsysteem van Copilot?
Microsoft definieert inferentie als het proces waarbij een Kunstmatig Intelligentie (AI) model een instructie verwerkt om een antwoord te genereren. Dit kan het samenvatten van een document zijn, het beantwoorden van een vraag, hulp bij het opstellen van een e-mail, of een actie binnen een Copilot-ervaring.
Wanneer de functie voor flexibel routersing is ingeschakeld, kan deze inferentie tijdens perioden van hoge vraag buiten de datalimieten van de EU plaatsvinden. Microsoft benadrukt dat gegevens nog steeds versleuteld worden verzonden en opgeslagen, en dat opgeslagen gegevens binnen de EU worden bewaard, tenzij het gaat om beperkte geseudonymeerde gegevens die om operationele of beveiligingsredenen buiten de EU kunnen worden opgeslagen.
Deze nuance is belangrijk. Microsoft zegt niet dat alle inhoud van een Europese tenant permanent buiten Europa wordt opgeslagen. Het stelt dat de modelverwerking tijdelijk in een andere regio kan plaatsvinden indien extra capaciteit nodig is. Deze technische verschillen kunnen relevant zijn voor nalevingsvraagstukken, vooral voor organisaties met strikte eisen omtrent dataresidentie, contractuele controle of internationale overdrachtsprocedures.
De functie geldt voor klanten met een registratielocatie in EU-landen of de AELC. Het is niet beschikbaar voor klanten die multis-regionale mogelijkheden hebben, ook al is de tenant geregistreerd in een Europees land. Microsoft adviseert beheerders om de tenant-regio vanaf het Microsoft 365-beheercentrum te controleren.
Standaard ingeschakeld voor nieuwe geschikte tenants
Een punt van aandacht is de standaardinstelling. Microsoft geeft aan dat het flexibel routersingsysteem automatisch inschakelt voor geschikte tenants die na 25 maart 2026 worden aangemaakt. Voor bestaande tenants vóór die datum moeten beheerders het Berichtencentrum raadplegen om de toegepaste standaardconfiguratie te controleren.
Dit maakt het noodzakelijk voor IT-teams om direct actie te ondernemen. Veronderstellen dat alle inferentie binnen de EU blijft omdat een tenant in Europa is gevestigd, is onvoldoende. Evenmin is vertrouwen op een oude beleidslijn genoeg, want de configuratie kan afhankelijk zijn van de aanmaakdatum en de specifieke service.
In Microsoft 365 wordt de instelling beheerd via het Beheercentrum door een gebruiker met de rol van Artificial Intelligence Administrator. Microsoft raadt aan om te navigeren naar Copilot > Instellingen > Alles bekijken > “Flexibele routersing tijdens piekbelastingen” en deze functie aan of uit te schakelen.
Deze configuratie geldt voor Microsoft 365 Copilot en Copilot Chat. Voor Dynamics 365, Power Platform en Copilot Studio wordt de instelling via het Power Platform-beheercentrum beheerd. Microsoft benadrukt dat Power Platform de instellingen van Microsoft 365 volgt tenzij het eigen beleid restrictiever is.
Indien een organisatie kiest om het flexibel routersingsysteem uit te schakelen, blijft de LLM-inferentie binnen de EU, ook tijdens piekmomenten. Microsoft bevestigt dat de gegevensverwerking en residentie-afspraken van Microsoft 365 in dat geval gelden.
Waarom is dit belangrijk voor Europese bedrijven?
Deze veranderingen vallen samen met het actuele debat over digitale soevereiniteit, afhankelijkheid van cloudtechnologie en AI-integratie in het bedrijfsleven. Veel Europese organisaties hebben voor Microsoft 365 Copilot gekozen vanwege de integratie binnen hun bestaande bedrijfsomgeving, inclusief identiteitsbeheer, beveiliging, auditing en compliance. Maar generatieve AI voegt een nieuwe laag toe: prompts, context en antwoorden kunnen gevoelige informatie bevatten.
Voor industriële bedrijven, juridische kantoren, financiële instellingen, overheden of zorgorganisaties kan de locatie van verwerking een onderdeel vormen van hun risicobeoordeling. Hoewel gegevens versleuteld zijn en Microsoft beveiligingsmaatregelen treft, kan het uitbesteden van inferentie buiten de EU vragen oproepen omtrent datarotatie, contractuele afspraken en juridische compliance.
Niet alle organisaties zullen tot dezelfde conclusie komen. Sommige geven prioriteit aan continue service en gebruikerservaring tijdens piekbelasting, terwijl anderen de verwerking volledig binnen Europa willen houden ondanks mogelijke prestatieafnames. Belangrijk is dat de keuze bewust wordt gemaakt, niet gebaseerd op een standaardinstelling die niemand heeft gecontroleerd.
Microsoft benadrukt ook dat bij ingeschakelde flexibel routersingsysteem de inferentie in perioden van hoge vraag in de Verenigde Staten, Canada of Australië kan plaatsvinden. Voor compliance-teams is deze lijst nuttig om te beoordelen welke wettelijke kaders, overdrachtsovereenkomsten en interne beleidslijnen relevant zijn.
Wat moeten beheerders doen?
De eerste stap is simpel: controleer de daadwerkelijke configuratie van de tenant. Beheerders moeten in het Microsoft 365-beheercentrum inloggen met de juiste rol en verifiëren of de flexibel routersingsoptie is ingeschakeld. Het is aan te raden deze beslissing goed te documenteren, vooral voor organisaties met strikte dataleverings- of regelgevende eisen.
De volgende stap is het coördineren tussen Microsoft 365 en Power Platform. Een tenant kan bijvoorbeeld Copilot in productiviteitsapplicaties gebruiken en tegelijk AI-ervaringen in Dynamics 365, Power Platform of Copilot Studio. Als elke afdeling alleen hun eigen omgeving controleert, kan de configuratie onvolledig zijn.
Daarnaast is het belangrijk om afstemming te zoeken met security, legal, privacy en procurement teams. De instellingen hebben niet alleen technische implicaties; ze werken ook door op contracten, leveranciersbeoordelingen, verwerkingsregisters, risicobeoordelingen en communicatieprocedures. In grote organisaties is het aan te raden om deze controle te integreren in het adoptieproces van Copilot en niet te laten afhangen van één beheerder.
Tot slot wordt aanbevolen om regelmatig het Berichtencentrum van Microsoft 365 te bekijken. Copilot-ontwikkelingen gaan snel en veel nieuwe functies worden eerst aangekondigd via beleidsnotificaties. In een omgeving waarin AI afhankelijk is van gedistribueerde computingkracht, kunnen de datalocatie- en verwerkingsbeleid vaker wijzigen dan bij traditionele cloudservices.
Het flexibel routersingsysteem maakt Copilot niet per definitie onveilig. Het onderstreept echter dat data-soevereiniteit in AI niet enkel afhankelijk is van regio keuze. Ook waar inferentie wordt uitgevoerd, welke data wordt verstuurd, hoe deze wordt versleuteld, wie er wijzigingen kan doorvoeren, en hoe beslissingen worden gedocumenteerd, zijn cruciaal voor naleving en dataveiligheid.
Veelgestelde vragen
Wat is het flexibel routersingsysteem van Microsoft Copilot?
Het is een optie die toestaat dat taalmodel-inferentie buiten de EU-data-limieten plaatsvindt tijdens piekperioden, om zo de gebruikerservaring te verbeteren.
Waar kan de inferentie worden verwerkt indien ingeschakeld?
Microsoft geeft aan dat tijdens piekmomenten de verwerking kan plaatsvinden in de Verenigde Staten, Canada of Australië.
Staat het standaard ingesteld?
Ja, voor geschikte tenants die na 25 maart 2026 worden aangemaakt. Voor oudere tenants wordt geadviseerd het Berichtencentrum te controleren om de huidige standaardinstelling te verifiëren.
Hoe kan een beheerder dit uitschakelen?
Via het Microsoft 365-beheercentrum, met de rol van Artificial Intelligence Administrator, onder Copilot > Instellingen > Alles bekijken > “Flexibele routersing tijdens piekbelasting” en het uitschakelen van de optie.
