Nederland daagt AWS, Google en Azure uit met zijn soevereine cloudalliantie

Europa beschouwt al jaren digitale soevereiniteit, maar meestal vanuit het regelgevend perspectief. Er zijn normen, discours en politieke zorgen, maar het blijft een schaalprobleem. Terwijl Brussel probeert strategische afhankelijkheden te verminderen, blijft de echte markt voor cloud diensten grotendeels in handen van een klein aantal Amerikaanse giganten. In dit kader is de nieuwe Open Cloud Alliantie, opgericht in Nederland, uitgegroeid tot meer dan een lokale initiatief: het is een van de eerste serieuze pogingen om verschillende nationale aanbieders samen te brengen om écht te concurreren om overheidscontracten en een geloofwaardig Europees alternatief te bieden.

De alliantie bestaat uit Centric, KPN, Info Support, Intermax, Nebul, Previder en Uniserver, zeven Nederlandse bedrijven die gezamenlijk een manifest hebben gepresenteerd om een soevereine cloud voor de overheid en kritieke diensten te stimuleren. Hun boodschap beperkt zich niet tot technologie: ze spreken ook over werkgelegenheid, belastingen, Europese jurisdictie en het vermogen om te reageren in een geopolitiek onzekere omgeving. Ze beloven geen directe doorbraak tegen Amazon Web Services, Microsoft Azure of Google Cloud, maar willen wel aantonen dat middelgrote Europese bedrijven, verenigd, een serieuze optie kunnen vormen voor complexe en gevoelige projecten.

Cloud is een strategische kwestie geworden

De Nederlandse beweging komt niet uit het niets. Volgens Synergy Research Group bereikte de wereldwijde markt voor cloud-infrastructuurdiensten in 2025 een waarde van 419 miljard dollar, vooral gestimuleerd door de vraag naar Kunstmatige Intelligentie. Aan het eind van 2025 controleerden Amazon, Microsoft en Google gezamenlijk ongeveer 63% van de zakelijke uitgaven in cloud-infrastructuur. De omvang van deze markt verklaart waarom de discussie over cloud niet langer louter technisch is: degenen die deze laag domineren, krijgen een groeiend deel van de digitale economie in handen.

In Nederland is de afhankelijkheid bovendien extra zichtbaar. Een analyse van 16.500 domeinen die door overheidsinstanties, ziekenhuizen, onderwijsinstellingen en andere essentiële organisaties worden gebruikt, concludeerde dat 67% ervan gekoppeld waren aan minstens één Amerikaanse cloudservice. Dit betekent niet dat al dat verkeer of al die gegevens in handen zijn van één enkele provider, maar het onderstreept wel dat veel van de dagelijkse en gevoelige infrastructuur leunt op technologie en jurisdictie uit het buitenland. De bezorgdheid groeide nog verder met de mogelijke overname van Solvinity, leverancier van het digitale identiteitsysteem DigiD, door de Amerikaanse firma Kyndryl – een gebeurtenis die zowel politiek als zakelijk in Nederland veel losmaakte.

De Open Cloud Alliantie probeert dit probleem aan te pakken met een vrij simpele aanpak: afzonderlijk beschikken de aanbieders over nuttige capaciteiten, maar kunnen ze moeilijk concurreren op de schaal, technologie en contractuele voorwaarden van de Amerikaanse hypergiganten. Samen kunnen ze zich echter presenteren als een krachtiger blok. Dit is het echte Nederlandse experiment en daarom volgen andere Europese landen het met interesse.

Wat stelt de Open Cloud Alliantie echt voor?

Het manifest dat in Den Haag werd gepresenteerd, schetst een duidelijke propositie. De zeven leden beweren dat ze inmiddels beschikken over autonome cloudplatforms, moderne datacenters en voldoende capaciteit om kritieke systemen en gevoelige gegevens te hosten onder Nederlandse en Europese jurisdictie. De alliantie wordt gesteund door DINL en TNO, en verwacht dat het al in 2026 mogelijk is om de eerste migraties van applicaties en data naar soevereine platforms te beginnen. Hun discours benadrukt bovendien dat de technologische basis er is en dat de problemen vooral politiek en contractueel van aard zijn.

De architectuur van de voorgestelde oplossing is gebaseerd op drie kernideeën. Ten eerste het gebruik van open standaarden om interoperabiliteit en mobiliteit tussen providers te faciliteren. Ten tweede het opzetten van een gestructureerde samenwerking, zodat méér dan kleinere projecten gezamenlijk kunnen worden aangepakt zonder de concurrentie weg te nemen. En ten derde een soort clause voor soevereine continuïteit: zou een lid worden overgenomen door een niet-Europese onderneming, dan kunnen de andere leden diens rol overnemen om te voorkomen dat gegevens en kritieke diensten het Nederlandse grondgebied verlaten. Het manifest spreekt ook over een toekomstige Open Referentie Cloud Architectuur (ORCA) om een gemeenschappelijk technisch raamwerk te ontwikkelen.

Deze combinatie van samenwerking en interoperabiliteit is bijzonder relevant omdat ze een van de oude problemen van publieke cloud aanpakt:
de ‘lock-in’ bij een enkele provider. Europa maakt al jaren melding van deze依 afhankelijkheid, maar veel overheden en grote bedrijven blijven vastzitten vanwege de complexiteit van migratie, het ontbreken van echte standaarden, en de moeilijkheid om workloads te verdelen over meerdere partijen zonder de kosten en complexiteit op te drijven.

Europa reguleert goed, maar schaalt slecht op

De grote vraag is of deze alliantie meer wordt dan een politiek gebaar. Het korte antwoord is dat het wel degelijk belangrijk kan worden, maar niet te overdreven. Het is geen Europees ‘anti-AWS’-initiatief dat binnen enkele maanden de markt verandert. Maar wel een pragmatische aanpak die probeert een typisch Europees probleem op te lossen: het continent beschikt over capabele leveranciers, talent, datacentra en publieke vraag, maar slaagt er zelden in die allemaal te bundelen in grootschalige, concurrerende aanbiedingen ten opzichte van de Amerikaanse giganten. Zelfs de EU-documenten wijzen hierop. Zo verwees een document van de EU Raad in januari 2026 al naar de toekomstige Cloud and AI Development Act als een manier om de gebrek aan een competitief en schaalgroot cloudaanbod aan te pakken.

Daarom is de Nederlandse case zo relevant. Niet omdat de zeven partners op eigen kracht Google, Microsoft of Amazon zullen verslaan, maar omdat ze een repliceerbare logica introduceren: het combineren van gedistribueerde capaciteit, het delen van standaarden, het coördineren van overheidscontracten, en het inzetten van staatsopdrachten als industriële kracht. Het is in wezen een heel andere reactie dan veel grote Europese projecten die vastgelopen zijn in te brede, moeilijk uitvoerbare raamwerken.

Ook speelt een economisch en politiek element mee. De initiatiefnemers benadrukken dat het geld dat wordt uitgegeven aan lokale providers niet alleen een kostenpost is, maar ook een investering in werkgelegenheid, belastingen en kennis binnen het eigen land. Dit klinkt wellicht eigenbelangrijk, en dat is het soms ook, maar het sluit aan bij een steeds sterker wordend debat in Europa: digitale soevereiniteit bouw je niet alleen met wetten, maar ook met bedrijven die overheidsuitgaven kunnen absorberen en omzetten in een eigen industriële kracht.

Een Europese proef die meer diepgang heeft dan het lijkt

De Open Cloud Alliantie komt op een moment dat verschillende Europese regeringen hun afhankelijkheid van de Amerikaanse cloud aandachtiger bekijken, vooral op gebieden als digitale identiteit, gezondheidszorg, onderwijs, defensie en essentiële openbare diensten. Nederland is niet het enige voorbeeld, maar wel een van de meest uitgesproken gevallen waarin deze bezorgdheid wordt vertaald in een georganiseerde marktgerichte reactie.

Het blijft afwachten of de alliantie haar belofte kan waarmaken, de samenwerking tussen concurrenten kan behouden, en overheidsinstanties kan overtuigen die gewend zijn aan de schaal en het aanbod van hypergiganten. Maar zelfs met die twijfels geeft de Nederlandse aanpak een belangrijke les: Europa hoeft niet te wachten tot er één grote kampioen is zoals Google om aan de afhankelijkheid te werken. Soms is de beste weg simpelweg de bestaande capaciteit beter te coördineren.

Als het lukt, zullen andere landen volgen. En gebeurt het niet, dan heeft de proef in elk geval aangetoond waar de knelpunten nog liggen: niet in het discours, maar in de uitdaging om digitale soevereiniteit echt om te zetten in capaciteit, contracten en grootschalige implementaties.

Veelgestelde vragen

Wat is de Open Cloud Alliantie van Nederland?
Het is een alliantie van zeven Nederlandse cloud- en IT-aanbieders – Centric, KPN, Info Support, Intermax, Nebul, Previder en Uniserver – die samen een soeverein alternatief willen bieden voor de grote Amerikaanse aanbieders, vooral via overheidscontracten en kritieke diensten.

Waarom is de Europese afhankelijkheid van AWS, Azure en Google Cloud zo zorgelijk?
Omdat deze drie ongeveer 63% van de wereldwijde cloud-infrastructuurmarkt controleren en veel Europese overheden en kritieke sectoren afhankelijk zijn van platformen onder niet-Europese jurisdictie. Uit een analyse in Nederland bleek dat 67% van 16.500 domeinen gekoppeld was aan ten minste één Amerikaanse clouddienst.

Wat onderscheidt deze Nederlandse cloudalliantie?
Ze combineert open standaarden, interoperabiliteit, lokale capaciteit onder Nederlandse en Europese jurisdictie, en een samenwerkingsmodel dat het mogelijk maakt om te strijden om grotere contracten zonder de concurrentie te schaden.

Kan dit model in andere Europese landen worden herhaald?
In theorie zeker. Het draait erom dat meerdere middelgrote partijen onder gedeelde technische en contractuele regels samenwerken, in plaats van te vertrouwen op één grote nationale hekkensluiter. Andere lidstaten kunnen dit model wellicht adopteren om afhankelijkheid van externe cloudleveranciers te verminderen.

bron: dutchnews

Scroll naar boven