RAID is geen backup: hoe het correct te gebruiken in bedrijfsomgevingen (zonder valse beloftes)

In veel ondernemingen wordt opslag ontworpen met één duidelijk doel: dat de dienst niet uitvalt bij een defect van een schijf. Daarop wordt RAID vaak met succes toegepast. Het probleem ontstaat wanneer het een tweede doel krijgt: gegevens beschermen tegen elk incident. En dat klopt simpelweg niet.

Een goed ontworpen RAID verbetert de beschikbaarheid en, in sommige gevallen, de operationele continuïteit bij fysieke schijfstoringen. Maar voorkomt het geen ongevallen zoals per ongeluk verwijderen, logische corruptie, menselijke fouten, encryptie door ransomware, siteverlies, gecompromitteerde inloggegevens of controlerijfouten. Met andere woorden: RAID verzacht slechts één soort storing; backups dekken veel meer risico’s.

Wat draagt RAID werkelijk bij voor een bedrijf

RAID is een techniek van redundantie en/of verdeling die meerdere schijven combineert tot één logisch volume. De belangrijkste voordelen zijn:

  • Disks tolerant maken voor storingen (afhankelijk van het RAID-niveau).
  • Prestaties verbeteren (vooral bij lezen en bepaalde schrijfpatronen).
  • Storingsduur verkorten bij een fysieke defect.

Wat het niet biedt:

  • Versiegeschiedenis (je kunt niet teruggaan naar een vroeger bestand als je het hebt verwijderd).
  • Bescherming tegen malware/ransomware (als je volume wordt versleuteld, versleutelt RAID ook).
  • Bescherming tegen stille corruptie of applicatiefouten.
  • Herstel bij rampen (brand, overstroming, diefstal, stroomstoring, grootschalige fouten).

Meest voorkomende RAID-niveaus en wanneer ze logisch zijn

RAID 0 (striping, zonder redundantie)
Pure prestatie. Eén defect en je bent alles kwijt. Alleen geschikt voor tijdelijke caches, render scratch, labs of kostbare gegevens die je niet bewaart.

RAID 1 (mirroring)
Verdubbelt de data op twee schijven. Vaak gebruikt voor systeemvolumes, controllers, kleine diensten, of opstartschijven waar eenvoudige recovery prioriteit heeft. Beschermt niet tegen verwijderingen, ransomware of logische corruptie.

RAID 5 (gedistribueerde pariteit, minimaal 3 schijven)
Balans tussen capaciteit en tolerantie voor één schijffout. Veel toegepast in NAS-systemen en bestandsservers, maar met belangrijke kanttekening: bij grote schijven kan de herstelperiode lang en risicovol zijn. Bij zware schrijflasten is de vertraging merkbaar.

RAID 6 (dubbele pariteit, minimaal 4 schijven)
Tolerant voor het uitvallen van twee schijven. Voorkeur in grote omgevingen met grote volumes, repositories of RAID-behuizingen waar men maximale hersteltijd wil. Schrijfbattreidt is groter, maar robuuster dan RAID 5.

RAID 10 (1+0: mirror + striping)
De ‘klassieker’ voor databases, virtualisatie en IOPS-intensieve workloads: goede prestaties en stevige redundantie. Wel gaat de capaciteit verloren (ongeveer 50% bruikbaar), en er zijn meer disks vereist.

De vaak vergeten laag: reconstructie en “risicovlakke tijd”

Bij uitval van een schijf gaat RAID in degradeerde modus. Daarna begint een risicovolle periode:

  • De reconstructie kan uren of dagen duren, afhankelijk van grootte, belasting en schijftype.
  • Het prestatieniveau daalt mogelijk juist op het moment dat stabiliteit extra nodig is.
  • Een tweede defect (of onherstelbaar sector) kan het volume in RAID 5 volledig uitschakelen.

Daarom is, in 2026, de grote vraag niet “welk RAID is het beste” maar welk RAID passende is bij de diskgrootte, kriticiteit en RTO/RPO-toepassingen.

Controler, cache en beleid: waar de beslissende “win- of verliespunten” liggen

In de bedrijfswereld wordt RAID vaak geïmplementeerd via:

  • Dedicated RAID-controller (bijv. PERC, Smart Array, MegaRAID): levert cache, BBU/flash-backed cache, en veiligere schrijfstrategieën.
  • HBA + softwarematige RAID (zoals mdadm, ZFS): meer transparantie en controle, uitstekend met een goed ontwerp, maar vereist operationele discipline.
  • Storage-array, NAS of SAN: RAID maakt deel uit van het opslagsysteem en wordt geëxploiteerd via iSCSI/NFS/FC, vaak gecombineerd met snapshots, replicatie en andere functies.

Een belangrijke regel: als de controler (of de cache) faalt, kan RAID je incident worden. Daarom wordt er veel belang gehecht aan stabiel firmware, reserveonderdelen, compatibiliteit en vervangingsplannen.

De uitspraak die je het best wilt onthouden: RAID vervangt geen backup

De juiste strategie combineert meerdere componenten:

  • RAID voor beschikbaarheid (om diensten online te houden bij schijfstoringen).
  • Snapshots (snel, nuttig tegen recente fouten, maar niet onfeilbaar, zeker niet als een aanvaller controle krijgt).
  • Backups met retentie en regelmatige testen (de enige echte garantie op herstel).
  • Inmutabiliteit/air-gapping/offsite om ransomware en grootschalige fouten te weerstaan.
  • Disaster Recovery (DR) indien bedrijfscontinuïteit niet afhankelijk mag zijn van één datacenter.

De eenvoudigste manier om het uit te leggen: RAID voorkomt dat de “auto stopt door een lekke band”. Een backup voorkomt dat je de “auto kwijtraakt” door per ongeluk verlies, diefstal of brand.

Minimale best practices

  • Hanteer de rule of 3-2-1: 3 kopieën, 2 verschillende dragers, 1 offsite- of onkraakbare kopie.
  • Houd ten minste één kopie offline of immutabel (Object Lock, WORM, hardened repositories).
  • Voer regelmatig hersteltests uit (een backup is waardeloos zonder testen).
  • Zorg dat inloggegevens gescheiden zijn en privileges beperkt (een admin kan data verwijderen, een aanvaller met inloggegevens ook).
  • Monitor de status van disks, SMART-gegevens, latentie en leesfouten: voorkom problemen voordat ze onherstelbaar worden.
raid geen backup cloudnews.tech
Scroll naar boven