In de grote internationale autosalons verandert het scenario. Waar vroeger de aandacht vooral uitging naar supercars, futuristische prototypes of elektrische voertuigen met recordautonomie, wint nu een ander spektakel terrein: humanoïde robots die door de hallen lopen, demonstraties van “fysieke AI” en wearables die in realtime verbonden zijn met gegevens over rijgedrag, gezondheid en veiligheid. De automobielindustrie, gedreven door elektrificatie, de druk van software en hevige concurrentie — vooral uit Azië — verruimt haar ambitie: niet alleen auto’s verkopen, maar platforms voor mobiliteit, automatisering en toegepaste intelligentie exploiteren.
De aanpak is industrieel, maar ook strategisch. Fabrikanten integreren al jaren sensoren, connectiviteit en assistentiecapaciteiten voor rijbegeleiding. De volgende logische stap is om die technologische stack — camera’s, lidars, edge computing, AI-modellen en lage-latentie netwerken — uit te breiden naar een aangrenzende sector: robotica. In essentie delen een humanoïde robot en een modern voertuig een stuk technologische DNA: omgevingsperceptie, planning, controle en handelen in realistische omgevingen met veiligheidsrestricties. En net zoals voertuigen zich ontwikkelden tot “computers op wielen”, beginnen robots zich voor te stellen als “autonome machines met benen”.
Humanoïde robotica betreedt de productielijn
Het meest illustratieve voorbeeld van deze convergentie is Hyundai, dat zijn dochterbedrijf Boston Dynamics inzet om humanoïde robotica te integreren in industriële omgevingen. Tijdens CES 2026 benadrukte het bedrijf haar verhaal van “op de mens gerichte robotica” en presenteerde voortgang met Atlas, een humanoïde die ontworpen is voor fabriekswerkzaamheden. Het publieke plan is om Atlas vanaf 2028 in productievestigingen in te zetten, met een routekaart om het gebruik op te schalen zodra de impact op veiligheid en processtabiliteit is bevestigt.
De discussie gaat niet meer over of er robots in fabrieken komen, maar welke soort robots en voor welke taken. In de automobielsector, waar veel repetitieve handelingen worden uitgevoerd en automatisering al gangbaar is, biedt de humanoïde robot een veelbelovende gedachte: zich aanpassen aan omgevingen ontworpen voor mensen (gangen, rekken, werkstations) zonder de hele fabriek te hoeven herinrichten. Met andere woorden: robotische arbeid integreren in bestaande fabrieken zonder complete herconfiguratie.
Toch brengt deze sprong ook frictie met zich mee. In Zuid-Korea bijvoorbeeld is het debat over de impact op de werkgelegenheid van humanoïdes al aangegroeid tot collectieve onderhandelingen, vooral omdat grootschalige invoering het risico inhoudt op gedeeltelijke vervanging van fysieke taken en interne logistiek.
Wearables: van gadget naar industriële toepassing
De andere kant van deze evolutie is de opkomst van wearables gekoppeld aan industrieel werk en welzijn. Tijdens technologische evenementen in 2026 werden fabrikanten niet alleen geconfronteerd met displays of spraakassistenten, maar presenteerden ze dragersystemen die sensoren, ergonomie en data combineren om blessures te voorkomen en productiviteit te verhogen.
Hyundai bijvoorbeeld toonde de X-ble Shoulder, een wearable gericht op industriële omgevingen die de belasting op schoudertaken moet verlichten. De boodschap is duidelijk: de automobielsector wil niet alleen automatiseren, maar ook de menselijke mogelijkheden uitbreiden met lichte exoskeletten en slimme assistentie. Dit sluit aan bij een concreet zakelijk doel: het verminderen van ziekteverzuim, het verbeteren van veiligheid en het waarborgen van productie, vooral gezien de vergrijzing van de arbeidskracht in veel ontwikkelde economieën.
Buiten de fabrieksomgeving ligt de connectie tussen auto en wearable op een ander vlak: gezondheid, verzekeringen en digitale diensten. Auto’s meten al rembewegingen, acceleraties en bestuurderstoezicht; wearables bieden biometrische gegevens (hartslag, stress, slaap) en fysiologische context. Het potentiële resultaat is een ecosysteem waarin de auto een verlengstuk wordt van het digitale profiel van de gebruiker: adaptief comfort, fijnere vermoeidheidswaarschuwingen en — in extreme gevallen — nieuwe product- en abonnementsmodellen.
De beurzen draaien niet meer alleen om de auto
Deze verschuiving is duidelijk zichtbaar in Azië. De Shanghai Motor Show 2025 werd door verschillende analisten geïnterpreteerd als bewijs dat de competitie verschuift van mechanica en design naar embedded AI, connectiviteit en automatisering. Tegelijkertijd bevestigde CES 2026 dat de auto een knooppunt is geworden in een netwerk van slimme apparaten: robots, wearables, huis, gezondheidszorg en industrie.
Diezelfde context verklaart waarom partijen uit de halfgeleider- en infrastructuursector, zoals Arm, het concept van “Physical AI” promoten: AI die niet alleen uit de cloud komt, maar op machines opereert die in de echte wereld handelen. Voor autofabrikanten past deze visie perfect: het rechtvaardigt investeringen in computing, sensoren en netwerken, en opent nieuwe zakelijke kansen buiten de verkoop van voertuigen.
De strategie: minder afhankelijk van de autoscyclus, meer controle over de ‘stack’
Achter de hype rond robots en wearables ligt een koele motivatie: inkomsten diversifiëren en afhankelijkheid van de cyclische, steeds competitievere automarkt verminderen. Elektrische auto’s verlagen de toetredingsdrempels in bepaalde segmenten, en software heeft de waarde van digitale ervaringen verhoogd. In dat landschap zal degene die de ‘stack’ — chips, netwerken, data, AI en automatisering — beheert, voorsprong hebben op diegene die enkel op catalogus en prijs concurreert.
De grote vraag blijft het tempo. Humanoïde robots moeten nog aantonen dat ze schaalbaar, kosteneffectief en veilig zijn in operationele situaties buiten demonstraties. Industriële wearables moeten bewijzen dat ze echt minder letsel en meer efficiency opleveren, én dat de investering terugverdient. Maar de richting is duidelijk: de automobielsector evolueert van een ‘motorgieterij’ naar een industriewereld van toegepaste intelligentie.
Veelgestelde vragen
Wat betekent “fysieke AI” in automobiel en robotica?
Het verwijst naar AI-systemen die niet alleen data analyseren, maar ook de omgeving waarnemen en handelen in de echte wereld: geavanceerde assistentie in auto’s, industriële robots, autonome logistiek en verbonden sensoren.
Wanneer zien we humanoïde robots normaal in fabrieken van auto’s aan het werk?
Sommige geplande routes suggereren dat de eerste industriële inzet vanaf 2028 zal plaatsvinden, beginnend met beperkte taken (bijvoorbeeld partitsequencing) en uitbreiding op basis van veiligheids- en stabiliteitsresultaten.
Waarvoor worden industriële wearables in de automobielsector gebruikt?
Vooral om vermoeidheid en letsel bij repetitieve taken te verminderen, ergonomie te verbeteren en taakconsistentie te verhogen. Soms fungeren ze als lichte exoskeletten of intelligente mechanische assistentie.
Hoe passen consumentenwearables bij het verbonden voertuig?
Ze kunnen voertuiggegevens aanvullen met biometrische en fysiologische data voor functies zoals vermoeidheidsdetectie, persoonlijke waarschuwingen, adaptief comfort en toekomstige diensten op het gebied van gezondheid en verzekeringen.
