Spanje wil digitale soevereiniteit, maar kent zijn alternatieven nog niet

Digitale soevereiniteit is niet langer een term die enkel voor regulators, technologen en juridische afdelingen bestemd was. Burgers gebruiken de term misschien niet dagelijks, maar ze begrijpen steeds beter wat het inhoudt: afhankelijkheid van platforms, infrastructuren, clouds, betaal- en sociale netwerkdiensten, AI-services en technologische providers die niet vanuit Europa worden gecontroleerd.

Het rapport Digitale soevereiniteit in Europa 2026, ontwikkeld door Fundación Telefónica in samenwerking met Metroscopia, verduidelijkt deze paradox vrij duidelijk. Slechts 29% van de Spaanse burgers heeft gehoord van de term “digitale soevereiniteit”, terwijl dat aandeel in het bedrijfsleven oploopt tot 36%. Maar wanneer gevraagd wordt naar de gevolgen, is de bezorgdheid overheersend. Acht van de tien Spanjaarden vinden dat Europa te afhankelijk is van technologische bedrijven uit andere landen, en 62% is van mening dat deze aanwezigheid een bedreiging kan vormen voor de Europese veiligheid.

De conclusie is niet dat Spanje buitenlandse technologie afwijst. Dat zou een te simplistische interpretatie zijn. De belangrijke boodschap is dat de Spaanse samenleving begint te zien dat digitale afhankelijkheid niet alleen gaat om gemak of kosten, maar ook om controle, veiligheid, competitiviteit en industriële capaciteit.

Digitale soevereiniteit gaat tegenwoordig verder dan alleen data

Jarenlang lag de focus in het Europese debat op data-uitwisseling en dataprotectie. Dat is logisch: privacy, regelgeving en internationale datatransfers vormen grote onderwerpen in technologische discussies. Maar het rapport verbreedt de blik. Digitale soevereiniteit wordt gedefinieerd als de capaciteit van een land, organisatie of samenleving om controle en autonomie uit te oefenen over haar gegevens, technologieën en digitale infrastructuren, op een manier die aansluit bij haar normen en belangen, en om strategische afhankelijkheid van derden te verminderen.

Deze definitie verandert de spelregels. Het gaat niet meer enkel om waar een database wordt opgeslagen. Het belang ligt ook bij wie de cloud beheert, wie de netwerkinfrastructuur controleert, welke leverancier de AI aanbiedt, welke platformen de betalingen afhandelen, welke bedrijven cyberbeveiliging verzorgen en wat Europa doet om eigen technologie te ontwikkelen.

Volgens het rapport vindt 82% van de burgers en 86% van bedrijfsleiders dat Europa afhankelijk is van buitenlandse technologische bedrijven. Bovendien denkt 69% van de burgers dat Europa achterblijft op de technologische voorsprong van de VS en China, terwijl dat percentage onder zakelijke profielfiguren oploopt tot 73%.

RapportindicatorBurgersBedrijven
Heeft gehoord van “digitale soevereiniteit”29 %36 %
Denkt dat Europa afhankelijk is van buitenlandse tech82 %86 %
Ziet dit als een bedreiging voor Europese veiligheid62 %49 %
Vindt dat Europa eigen platforms zou moeten hebben86 %87 %
Denkt dat Europa achterloopt op VS en China69 %73 %
Verkiest liever een Europese provider met gelijke diensten70 %69 %

Een belangrijke nuance: het verlangen naar soevereiniteit betekent niet automatisch protectionisme. 70% van de burgers en 69% van de bedrijven zegt de voorkeur te geven aan een Europees platform als dat gelijke diensten aanbiedt als niet-Europese alternatieven. Die voorwaarde is cruciaal. Europa moet niet alleen alternatieven bouwen, maar ook concurrerende alternatieven ontwikkelen.

AI, cloud en cybersecurity voeren de grootste zorgen aan

AI wordt gezien als het domein waar bedrijven de grootste afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers ervaren. 73% van de zakelijke beslissers plaatst AI in de top drie van meest afhankelijke sectoren, gevolgd door cloud-diensten met 48% en cybersecurity met 39%.

De conclusie is duidelijk: precies de lagen die de toekomst van de digitale economie bepalen, worden ervaren als de meest afhankelijk. AI vereist modellen, data, chips, datacenters, cloud-infrastructuur, talent en deploymenttools. Cloud ondersteunt applicaties, databases, back-ups, analytics en kritieke diensten. Cybersecurity beschermt alles wat daarboven ligt.

Voor burgers zijn AI-platformen en betaalmethoden de gebieden die het meest als risico’s worden gezien voor de Europese veiligheid, beide met 76%. Ze worden gevolgd door sociale netwerken (70%), chat-apps (64%) en zoekmachines (62%).

Deze bezorgdheid is niet alleen emotioneel; er ligt ook een technische basis onder. Een economie die afhankelijk is van externe platforms voor betalingen, AI, communicatie, zoekfuncties, cloud en beveiliging, is kwetsbaar voor contractuele veranderingen, geopolitieke spanningen, marktconcentratie, regelgeving buiten eigen controle en mogelijke toegangsbeperkingen.

Spanje wil eigen infrastructuur

Het rapport zoomt nu in op concrete lagen. Een ruime meerderheid van burgers vindt het belangrijk dat Spanje beschikt over eigen technologische infrastructuur en diensten om internationale afhankelijkheid te verminderen en controle over data te behouden. 86% geeft aan het belang te zien van eigen cyberbeveiligingsdiensten, telecommunicatienetwerken, datacenters en cloudservices.

Infrastructuur of dienstPercentage burgers dat het belangrijk vindt
Cyberbeveiligingsdiensten86 %
Telecommunicatienetwerken86 %
Datacenters83 %
Clouddiensten79 %

De netwerkinfrastructuur is bijzonder relevant: 77% van de respondenten vindt dat een eigen en robuust telecommunicatienetwerk essentieel is voor de digitale soevereiniteit van Spanje. Zonder eigen, veerkrachtige en goed beheerde netwerken blijft de rest van de digitale economie kwetsbaar en afhankelijk.

Dit sluit aan bij een breder debat dat vaak buiten beeld blijft. Digitale soevereiniteit begint niet bij de eindgebruiker of de interface zelf, maar daarvoor: fiber, interconnectie, datacenters, cloud, DNS, cybersecurity, identiteit, betaalsystemen, bedrijfssoftware en het vermogen om essentiële diensten te beheren zonder volledig afhankelijk te zijn van derden.

Het rapport toont verder dat de publieke vraag om eigen alternatieven groter is dan de kennis van die alternatieven. Twee op de drie burgers kennen geen enkele Europese technologieplatform. Onder bedrijven is dat percentage 66%. Er bestaat dus een bereidheid om te kiezen voor Europese technologieën, maar er ontbreekt zichtbaarheid, marktpotentieel en vaak ook een duidelijke boodschap over welke opties er zijn en waarvoor ze geschikt zijn.

Bedrijven: bezorgdheid, kansen en pragmatisme

In het bedrijfsleven zien we een mix van zorgen en pragmatisme. 91% van de beslissers vindt dat Europese overheden technologieontwikkeling moeten stimuleren. 60% gelooft dat Europa beter eigen technologische alternatieven moet creëren dan enkel het reguleren van de grote niet-Europese platforms.

Tegelijkertijd staan bedrijven niet afkerig tegenover AI. Integendeel: 62% ziet AI vooral als een kans, en 64% meldt dat er in hun organisatie in het afgelopen jaar AI-tools worden gebruikt. Slechts 13% vreest dat werknemers door AI vervangen zouden kunnen worden.

Deze gegevens schetsen het actuele beeld: bedrijven willen AI, cloud en digitale platforms inzetten om te blijven concurreren, maar voelen ook dat afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers een risico vormt. Digitale soevereiniteit betekent niet afwijzing van wereldwijde technologie, maar meer opties, meer controle en meer onderhandelingsruimte.

Ook hechten ze waarde aan bedrijfsgegevens: 75% is bezorgd over toegang van niet-Europese technologiebedrijven tot bankgegevens, 70% over patrimonium- en fiscale informatie, 61% over klant- en leveranciersgegevens en 63% over gegevens met betrekking tot beveiliging en technologie.

Europa’s uitdaging: hoogwaardige alternatieven bieden, niet alleen Europees

De vraag naar alternatieven is er. De bezorgdheid bestaat. De interesse in Europese oplossingen is groot. Maar het rapport stelt ook een kritische vraag: als 70% van de burgers en bedrijven prioriteit geeft aan Europese platforms met vergelijkbare diensten, waarom zijn zulke platforms dan nog niet wijdverspreid?

Het antwoord is gelaagd. Europa heeft streng gereguleerd, maar is niet altijd gelijke tred gebleven met de technologische kracht van de VS of China. Het beschikt over talent, datacenters, cybersecuritybedrijven, cloudleveranciers, industriële fabrikanten en softwareprojecten, maar het lukt niet altijd om hiervan wereldwijd platforms met massale adoptie te maken. Marktfragmentatie, taalverschillen, nationale regelgeving en een lagere investeringsbereidheid in bepaalde fasen spelen ook een rol.

Digitale soevereiniteit wordt niet alleen gevormd door woorden of het label ‘Europees’. Het wordt opgebouwd uit werkende producten, concurrerende prijzen, goede support, interoperabiliteit, portabiliteit, hoge prestaties, veiligheid, naleving van regelgeving en groeipotentieel. Als een Europese oplossing niet dezelfde kwaliteit en service biedt, blijven veel kopers kiezen voor de dominante leverancier, ondanks het bewustzijn van afhankelijkheid.

Hier ligt de grote kans voor Europa en Spanje. Het rapport toont dat de samenleving niet technofobisch is, maar juist meer controle wil over technologie die zij dagelijks gebruikt. 69% van de burgers zegt afhankelijk te zijn van digitale apparaten zoals smartphones, tablets of laptops, 52% vreest dat het zeer of behoorlijk zou gebeuren dat ze meerdere dagen zonder internet zitten, en 80% maakt zich zorgen over de toegang van grote technologiebedrijven tot hun persoonlijke data.

Digitale soevereiniteit is geëvolueerd van een abstract concept tot een praktische vraag: welke technologie gebruiken we, wie houdt de controle, welke data worden verplaatst, wat gebeurt er bij een storing en hoe kunnen we van leverancier wisselen?

Europa hoeft zich niet af te sluiten omzelfstandig te zijn. Het moet stoppen met afhankelijk te zijn van één enkele oplossing.

Veelgestelde vragen

Wat is digitale soevereiniteit?
Het is de capaciteit van een land, organisatie of samenleving om controle te behouden over haar data, technologieën en digitale infrastructuren, conform haar normen en belangen.

Hoeveel Spanjaarden kennen de term digitale soevereiniteit?
Volgens Fundación Telefónica en Metroscopia heeft slechts 29% van de burgers ervan gehoord, al maken de meeste zich wel zorgen over de implicaties ervan.

Welke gebieden veroorzaken de meeste zorgen?
AI, betaalsystemen, sociale netwerken, messaging en zoekmachines worden het meest als risico’s voor de Europese veiligheid ervaren.

Heeft Spanje eigen technologische infrastructuur nodig?
De meerderheid van de ondervraagden vindt van yes. Het rapport laat brede steun zien voor eigen cyberbeveiligingsdiensten, telecommunicatienetwerken, datacenters en cloudcapaciteit.

Zien bedrijven AI als een bedreiging?
Niet overwegend. 62% beschouwt AI vooral als een kans, maar erkent ook de afhankelijkheid op het gebied van technologie.

Bronnen:

  • Fundación Telefónica en Metroscopia, Soberanía digital en Europa 2026. Ciudadanos y empresas españolas ante el desafío de la autonomía digital europea.
Scroll naar boven